Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam1] , eiseres
[naam2], van Nigeriaanse nationaliteit en dochter
[naam3], met onbekende nationaliteit,
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een vrouw van Nigeriaanse nationaliteit, diende op 5 april 2023 een asielaanvraag in vanwege vermeende bedreigingen door een man waarvoor zij werkte als stembusmedewerkster en uit vrees voor besnijdenis van haar jongste dochter. De minister wees de aanvraag op 4 juni 2025 af als ongegrond.
De rechtbank behandelde het beroep op 5 november 2025, waarbij eiseres en haar gemachtigde niet verschenen. De rechtbank oordeelde dat de minister terecht de geloofwaardigheid van het asielrelaas over politieke bedreigingen niet aannam, mede omdat eiseres al tien jaar geleden Nigeria verliet en geen concrete aanwijzingen gaf dat de bedreigingen nog actueel zijn.
Ten aanzien van de vrees voor besnijdenis van haar dochter concludeerde de rechtbank dat eiseres onvoldoende aannemelijk maakte dat zij haar dochter niet kan beschermen, mede omdat zij zich elders in Nigeria zou kunnen vestigen. Het opleggen van een inreisverbod van twee jaar werd eveneens niet onrechtvaardig bevonden. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.