ECLI:NL:RBDHA:2025:22559
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzettingsbesluit minister
Verzoeker heeft bij de rechtbank beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie van 4 september 2024. Tegelijkertijd verzocht verzoeker de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat de uitzetting zou worden opgeschort totdat het beroep is beslist.
De voorzieningenrechter overwoog dat op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht een voorlopige voorziening kan worden getroffen indien onverwijlde spoed dat vereist, gelet op de betrokken belangen. Echter, aangezien het hoofdberoep met zaaknummer NL24.35253 bij uitspraak van dezelfde dag ongegrond is verklaard, is er geen aanleiding meer om een voorlopige voorziening te treffen.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. De uitspraak is gedaan door de voorzitter en leden van de meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het uitzettingsbesluit is afgewezen.