ECLI:NL:RBDHA:2025:22559

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 november 2025
Publicatiedatum
28 november 2025
Zaaknummer
NL24.35254
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzettingsbesluit minister

Verzoeker heeft bij de rechtbank beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie van 4 september 2024. Tegelijkertijd verzocht verzoeker de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat de uitzetting zou worden opgeschort totdat het beroep is beslist.

De voorzieningenrechter overwoog dat op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht een voorlopige voorziening kan worden getroffen indien onverwijlde spoed dat vereist, gelet op de betrokken belangen. Echter, aangezien het hoofdberoep met zaaknummer NL24.35253 bij uitspraak van dezelfde dag ongegrond is verklaard, is er geen aanleiding meer om een voorlopige voorziening te treffen.

Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. De uitspraak is gedaan door de voorzitter en leden van de meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het uitzettingsbesluit is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.35254
uitspraak van de voorzieningenrechter van de meervoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , verzoeker,

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. J. Oosterhof)
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. M.P. Gaal-de Groot).

Procesverloop

1. Bij beroepschrift van 10 september 2024 heeft verzoeker beroep ingesteld bij de rechtbank tegen het besluit van de minister van 4 september 2024. Dit beroep is geregistreerd onder zaaknummer NL24.35253.
2. Bij verzoekschrift van 10 september 2024 heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat uitzetting achterwege wordt gelaten tot op het beroep is beslist.
3. Bij uitspraak van heden is het connexe beroep ongegrond verklaard.

Overwegingen

4. Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, indien tegen een besluit bij de bestuursrechter beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de bestuursrechter, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
5. Aangezien het beroep met zaaknummer NL24.35253 bij uitspraak van heden ongegrond is verklaard, bestaat er geen aanleiding een voorlopige voorziening te treffen.
6. Het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening dient om die reden te worden afgewezen.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, voorzitter, en mr. M. Munsterman en
mr. A.G.D. Overmars, leden, in aanwezigheid van mr. P.C.J. Lindeijer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.