ECLI:NL:RBDHA:2025:22561
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser, van Iraakse nationaliteit, diende een asielaanvraag in Nederland in, maar de minister nam deze niet in behandeling omdat Duitsland verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. Eiser voerde aan dat het claimverzoek onvolledig was en dat zijn gezin bijeen gehouden moest worden, maar de rechtbank oordeelde dat de minister terecht handelde.
De rechtbank stelde vast dat de echtgenote van eiser geen gezinslid is in de zin van de Dublinverordening omdat de relatie pas na vertrek uit Irak ontstond. De minister hoefde dit niet te vermelden in het claimverzoek. Ook werd het risico op indirect refoulement niet getoetst omdat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet ter discussie stond.
Eiser stelde dat de minister zijn aanvraag op grond van artikel 17 Dvo Pro aan zich had moeten trekken vanwege de zwangerschap van zijn echtgenote en de gezinsband, maar de rechtbank vond geen bijzondere omstandigheden die overdracht aan Duitsland onevenredig hard maken. Eiser onderbouwde zijn gezinsband onvoldoende en maakte ook geen aannemelijk dat hij in Duitsland gevaar loopt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en liet het besluit tot niet in behandeling nemen van de asielaanvraag in stand. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.