Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op het bezwaar van 1 april 2025 tegen de afwijzing van een aanvraag voor een EU verblijfsdocument. De rechtbank stelt vast dat de minister de beslistermijn heeft overschreden en dat het beroep ontvankelijk en gegrond is.
De rechtbank draagt de minister op binnen vier weken na de uitspraak alsnog een besluit op het bezwaar te nemen. Tevens wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd voor elke dag dat de minister de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Vanwege de Wet herziening regels niet tijdig beslissen in vreemdelingenzaken is de bestuurlijke dwangsom echter afgeschaft voor ingebrekestellingen na 15 april 2025, waardoor de minister geen bestuurlijke dwangsom aan eiser hoeft te betalen.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld in de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 453,50, en moet het betaalde griffierecht van € 194,- worden vergoed. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.