Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Syrische asielzoeker, heeft op 8 mei 2025 een derde asielaanvraag in Nederland ingediend. Verweerder heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Kroatië op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Dit is bevestigd door acceptatie van het terugnameverzoek door Kroatische autoriteiten.
Eiser stelde dat verweerder hem niet de mogelijkheid gaf te reageren op het claimakkoord na heroverweging en dat relevante zorgrelaties met zijn kinderen en hun grootmoeder niet volledig zijn meegenomen. Ook voerde hij aan dat de grootmoeder een zorgrelatie heeft en dat de kinderen afhankelijk zijn van haar, wat volgens eiser tot een uitzondering op overdracht zou moeten leiden.
De rechtbank oordeelt dat verweerder niet verplicht was alle informatie over de grootmoeder op te nemen in het terugnameverzoek, omdat eiser dit niet aannemelijk had gemaakt. De grootmoeder wordt niet als gezinslid in de zin van de Dublinverordening gezien, en er is geen afhankelijkheidsrelatie aangetoond. Ook is geen sprake van bijzondere omstandigheden die overdracht aan Kroatië onredelijk maken.
Het beroep op het horen van begeleide minderjarige kinderen faalt omdat de kinderen jonger zijn dan twaalf jaar en er geen concrete verklaring is gegeven wat zij zouden willen zeggen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.