ECLI:NL:RVS:2017:2484
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- G. van der Wiel
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over niet in behandeling nemen asielaanvraag vreemdeling
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie nam het besluit om de asielaanvraag van de vreemdeling niet in behandeling te nemen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht aan de staatssecretaris een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris niet verplicht was om in het terugnameverzoek aan de Duitse autoriteiten te vermelden dat de vreemdeling een broer in Nederland heeft, omdat dit niet relevant is voor de beoordeling van de verantwoordelijkheid van Duitsland volgens de Dublinverordening.
Verder werd geoordeeld dat de staatssecretaris zich terecht op het standpunt stelde dat de aanwezigheid van de broer geen bijzondere individuele omstandigheid vormt die een overnameverzoek rechtvaardigt. De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Het beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond; het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.