ECLI:NL:RBDHA:2025:22594
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser, met de Tunesische nationaliteit, diende op 3 augustus 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Uit Eurodac bleek dat hij eerder asielverzoeken had ingediend in Duitsland op 19 september 2023 en 24 maart 2025. Nederland verzocht Duitsland om zijn terugname, wat werd aanvaard. Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat Duitsland verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening.
Eiser stelde dat Duitsland niet als veilig land kan worden beschouwd vanwege traumatische ervaringen, waaronder politiegeweld en dreiging van detentie bij terugkeer. De rechtbank benadrukte het interstatelijk vertrouwensbeginsel en oordeelde dat eiser onvoldoende concrete aanwijzingen had geleverd dat hij bij overdracht aan Duitsland een reëel risico loopt op een schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro.
De rechtbank vond dat eiser zijn bewijslast niet had voldaan, mede omdat medische documenten ontbraken en er geen onderbouwing was dat hij daadwerkelijk in detentie zou worden geplaatst. Ook was er geen aannemelijk gemaakt dat klagen in Duitsland zinloos zou zijn. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.