ECLI:NL:RBDHA:2025:22596
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep verblijfsvergunning wegens vertrek met onbekende bestemming
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen omdat Kroatië verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit.
De rechtbank heeft zonder zitting uitspraak gedaan na toestemming van partijen. Uit een systeemuitdraai bleek dat eiser op 1 oktober 2025 door het COA was geregistreerd als vertrokken met onbekende bestemming. De gemachtigde van eiser gaf aan geen contact meer te hebben met eiser.
Op grond van vaste rechtspraak wordt aangenomen dat een vreemdeling die met onbekende bestemming vertrekt en geen contact onderhoudt met zijn gemachtigde geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland. Daarom heeft eiser geen rechtens te beschermen belang meer bij een inhoudelijke behandeling van zijn beroep.
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en gaat niet inhoudelijk op de zaak in. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. Er is gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een rechtens te beschermen belang.