Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Algerijnse nationaliteit dragende vreemdeling zonder rechtmatig verblijf in Nederland, werd op 6 januari 2025 onderworpen aan een maatregel van bewaring door de minister van Asiel en Migratie. Eiser stelde beroep in, maar trok dit op 13 januari 2025 in. De minister meldde de bewaring aan de rechtbank, waarmee het beroep werd voortgezet en tevens als verzoek om schadevergoeding werd aangemerkt.
De rechtbank beperkte haar beoordeling tot de vraag of de bewaring onrechtmatig was en of eiser recht had op schadevergoeding. De minister beriep zich op zware gronden, waaronder het onttrekken aan toezicht en het niet naleven van een terugkeerbesluit. Eiser betwistte deze gronden, onder meer door te stellen dat hij zich niet aan het toezicht kon onttrekken omdat hij niet was geïnformeerd over meldingsplicht en dat zijn identiteit bekend was.
De rechtbank oordeelde dat de zware gronden feitelijk juist waren: eiser was na het terugkeerbesluit geregistreerd als met onbekende bestemming vertrokken en had geen gevolg gegeven aan het terugkeerbesluit. Ook was geen sprake van onrechtmatigheid in de tenuitvoerlegging van de bewaring. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.