ECLI:NL:RBDHA:2025:22658

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 november 2025
Publicatiedatum
1 december 2025
Zaaknummer
NL24.8772
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Terugkeerbesluit en procesbelang bij vreemdelingenrechtelijke procedures

In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 27 november 2025 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke procedure betreffende een terugkeerbesluit dat aan eiseres was opgelegd door de minister van Asiel en Migratie. Eiseres, die stelt de Sierra Leoonse nationaliteit te hebben, had op 4 maart 2024 beroep ingesteld tegen het terugkeerbesluit dat haar verplichtte om Nederland te verlaten. De rechtbank heeft geoordeeld dat eiseres procesbelang heeft, ondanks haar vrijwillige vertrek naar Sierra Leone op 12 maart 2024. De rechtbank overweegt dat een eerder opgelegd terugkeerbesluit in toekomstige procedures tegengeworpen kan worden, wat eiseres belang geeft bij het aanvechten van de rechtmatigheid van het besluit. De rechtbank concludeert dat het terugkeerbesluit prematuur is opgelegd, aangezien eiseres tot en met 4 maart 2024 rechtmatig verblijf had op basis van facultatieve tijdelijke bescherming. De rechtbank verklaart het beroep kennelijk gegrond, vernietigt het bestreden besluit en veroordeelt de verweerder in de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 907,-.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.8772

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , V-nummer: [v-nummer] , eiseres

(gemachtigde: mr. J.W.F. Noot),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
verweerder
(gemachtigde: mr. F van Zanden).

Inleiding

1. Bij besluit van 7 februari 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder een terugkeerbesluit opgelegd aan eiseres.
1.1.
Eiseres heeft op 4 maart 2024 tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
1.2.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Eiseres heeft daarop gereageerd.
1.3.
De rechtbank houdt in deze zaak geen zitting, omdat het beroep kennelijk gegrond is. [1] Daartoe wordt het volgende overwogen.

Overwegingen

Waar gaat de zaak over?
2. Eiseres stelt de Sierra Leoonse nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [geboortedatum] 2002. Verweerder heeft op 7 februari 2024 een terugkeerbesluit opgelegd aan eiseres, ertoe strekkende dat eiseres met ingang van 5 maart 2024 geen rechtmatig verblijf meer heeft en binnen vier weken na 5 maart 2024 moet vertrekken naar haar land van herkomst. Eiseres heeft op 4 maart 2024 beroep ingesteld tegen dit besluit en is vervolgens op 12 maart 2024 vrijwillig vertrokken naar Sierra Leone.
Wat vinden partijen?
3. Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiseres geen procesbelang meer heeft, omdat zij gehoor heeft gegeven aan haar terugkeerverplichting. Verweerder verwijst daarbij naar de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Groningen van 10 juli 2025. [2] Eiseres voert aan dat zij procesbelang heeft omdat zij geregistreerd staat in het Schengeninformatiesysteem (SIS). Dit zou voor eiseres belemmeringen kunnen opwerpen als zij opnieuw om toegang tot het grondgebied van de Europese Unie verzoekt. Verder voert eiseres aan dat het terugkeerbesluit prematuur is opgelegd omdat een terugkeerbesluit niet kan worden opgelegd terwijl ze nog rechtmatig verblijf heeft.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
Procesbelang
4. Naar het oordeel van de rechtbank maakt de terugkeer van eiseres naar haar land van herkomst niet dat zij geen procesbelang meer heeft. Eiseres betoogt terecht dat een eerder opgelegd terugkeerbesluit in andere procedures opnieuw tegengeworpen kan worden en dat zij daarom belang heeft om het terugkeerbesluit aan te vechten. Bovendien wordt zo ook voorkomen dat een niet te rechtvaardigen onderscheid ontstaat tussen vreemdelingen die al dan niet gevolg geven aan het terugkeerbesluit. Vreemdelingen die niet vertrekken en dus geen gevolg geven aan het terugkeerbesluit, zouden anders dat besluit wel kunnen betwisten, terwijl vreemdelingen die gevolg geven aan het terugkeerbesluit en zijn vertrokken dat niet zouden kunnen doen als zou worden geoordeeld dat zij geen belang meer hebben bij het betwisten van de rechtmatigheid van een uitgewerkt terugkeerbesluit. [3]
Terugkeerbesluit van 7 februari 2024
5. Uit de uitspraken van de Afdeling [4] en het arrest Kaduna en Abkez [5] volgt dat verweerder geen terugkeerbesluit kan opleggen wanneer een vreemdeling (nog) rechtmatig verblijf heeft in Nederland. Dat geldt ook voor de situatie waarin een vreemdeling rechtmatig verblijf heeft op grond van facultatieve tijdelijke bescherming. Niet in geschil is dat eiseres tot en met 4 maart 2024 nog rechtmatig verblijf had op grond van facultatieve tijdelijke bescherming. De rechtbank stelt verder vast verweerder ongeveer twee maanden eerder, op 7 februari 2024, een terugkeerbesluit heeft opgelegd. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder daarom te vroeg een terugkeerbesluit opgelegd.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is kennelijk gegrond en het bestreden besluit zal worden vernietigd.
7. De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten die eiseres heeft gemaakt voor het beroep. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 907,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep kennelijk gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten die eiseres heeft gemaakt tot een bedrag van
€ 907,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.W. Griffioen, rechter, in aanwezigheid van mr. J.R. Froma, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Zie artikel 8:54, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3.Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 21 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1178.
4.Zie de uitspraak van de Afdeling van 23 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1829.
5.Hof van Justitie van de Europese Unie van 19 december 2024, ECLI:EU:C:2024:1038.