ECLI:NL:RBDHA:2025:22702

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 november 2025
Publicatiedatum
1 december 2025
Zaaknummer
NL:TZ:2502235:R-RK
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285 FwArt. 288 lid 3 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek toelating wettelijke schuldsaneringsregeling met toepassing hardheidsclausule

De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van de schuldenaar om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De schuldenaar bevindt zich in een problematische schuldensituatie en heeft een beroep gedaan op de hardheidsclausule vanwege schulden aan de belastingdienst die deels binnen de driejaarstermijn zijn ontstaan.

De rechtbank oordeelt dat ondanks twijfel over de goede trouw bij het ontstaan van een deel van de schulden, de omstandigheden waaronder de schulden zijn ontstaan onder controle zijn, aangezien de zelfstandige activiteiten zijn beëindigd en de schuldenaar een stabiele financiële situatie heeft. De schuldenaar ontvangt een uitkering en is bereid in loondienst te gaan werken.

De rechtbank stelt de termijn van de WSNP vast op achttien maanden vanaf de datum van uitspraak en wijst de toepassing van de hardheidsclausule toe. Tevens worden de gelegde beslagen opgeheven, een rechter-commissaris en bewindvoerder benoemd, en wordt een postblokkade ingesteld voor de eerste dertien maanden. De bewindvoerder mag een voorschot op vergoeding nemen zolang de regeling loopt en de boedel toereikend is.

Uitkomst: Verzoek tot toelating tot de WSNP met toepassing van de hardheidsclausule wordt toegewezen voor een termijn van achttien maanden vanaf 24 november 2025.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANKDEN HAAG
Team Insolventies
rekestnummer: NL:TZ:2502235:R-RK
vonnis van 24 november 2025
op het verzoek van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats] .
Waar deze zaak over gaat
[verzoeker] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft [verzoeker] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Dit verzoek wordt toegewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De procedure

1.1.
[verzoeker] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de WSNP.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 17 november 2025. Met de uitnodiging voor deze zitting is aan [verzoeker] een WSNP-informatieboekje meegezonden. Op de zitting verschenen:
- [verzoeker] ,
- [naam] , Zuidweg & Partners.

2.De beoordeling van het verzoek

Toelating tot de WSNP

2.1.
[verzoeker] kan alleen worden toegelaten tot de WSNP als hij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en hij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat [verzoeker] aan de verplichtingen van de WSNP zal voldoen. Daarnaast beoordeelt de rechtbank of er aanleiding is een eerdere ingangsdatum van de WSNP te bepalen.
2.2.
Hardheidsclausule
[verzoeker] heeft een beroep gedaan op de hardheidsclausule. Uit de overgelegde specificatie van 30 oktober 2025 blijkt dat sprake is van schulden aan de belastingdienst met een totale hoogte van € 39.029,00, in plaats van € 28.050,00 als vermeld op het overgelegde schuldenoverzicht. Uit deze specificatie volgt ook dat een deel van de schulden binnen de drie-jaarstermijn zijn ontstaan, te weten in 2023, 2024 en 2025. Ten aanzien van een deel van de schulden aan de belastingdienst kan betwijfeld worden of [verzoeker] te goeder trouw is geweest ten aanzien van het ontstaan daarvan. De rechtbank gaat hier evenwel aan voorbij nu ter zitting is gebleken dat de schulden aan de belastingdienst (hoofdzakelijk) zijn voortgekomen uit de zelfstandige activiteiten van [verzoeker] en deze activiteiten inmiddels zijn beëindigd. [verzoeker] ontvangt thans een PW-uitkering, is bereid werkzaamheden in loondienst te gaan verrichten en de financiële situatie is stabiel. Daarmee is afdoende gebleken dat de omstandigheden die tot het ontstaan van de schulden hebben geleid onder controle zijn. Nu overigens niet is gebleken van feiten en omstandigheden die daaraan in de weg kunnen staan, zal de rechtbank met toepassing van de ‘hardheidsclausule’ van artikel 288 lid 3 van Pro de Faillissementswet [verzoeker]
toelaten tot de schuldsaneringsregeling.
2.3.
De verplichtingen waaraan [verzoeker] tijdens de WSNP moet voldoen staan in het WSNP-informatieboekje beschreven. Samengevat komt dit neer op: een informatieverplichting, een inspanningsverplichting, een verplichting geen nieuwe schulden te laten ontstaan en een afdrachtverplichting.
2.4.
De wet schrijft voor dat de eerste dertien maanden van het traject een postblokkade geldt. Gedurende deze periode zal alle post naar de bewindvoerder gaan. De bewindvoerder stuurt de post na controle weer door aan [verzoeker] .
2.5.
Het WSNP-traject duurt in principe achttien maanden. Als [verzoeker] zich gedurende die periode houdt aan alle verplichtingen die de WSNP met zich brengt, eindigt het traject na verloop van die achttien maanden met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de WSNP werkt niet meer op [verzoeker] kunnen verhalen.
Ingangsdatum termijn van de WSNP
2.6.
Een termijn van een wettelijke schuldsaneringsregeling kan ook beginnen te lopen vanaf de dag waarop de eerste aflossing is gedaan in het kader van de buitengerechtelijke schuldregeling als bedoeld in artikel 285, eerste lid, onder f Fw. Het moet gaan om een eerste aflossing tijdens ‘het minnelijk traject van schuldhulpverlening’ (HR 20 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1913). Vanaf dat moment moet de schuldenaar maximaal aflossen op zijn schulden. Daarnaast moet hij zich in de verzochte periode maximaal inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven.
2.7.
De termijn van de schuldsaneringsregeling gaat in op de dag van deze uitspraak. Het aangeleverde dossier biedt geen of te weinig (concrete en overzichtelijke) aanknopingspunten voor het bepalen van een eerdere ingangsdatum.

3.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker],
geboren op [geboortedatum] 1960 te [geboorteplaats] ,
wonende te [postcode] [woonplaats] , [adres] ,
aldaar voorheen handelend onder de naam [handelsnaam] ,
ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer [KvK-nummer] ;
- stelt de termijn van deze regeling vast op achttien maanden, te rekenen vanaf 24 november 2025;
- stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. L. Mundt en tot bewindvoerder:
E.A. de Snoo (Advocatenkantoor Loeff B.V.),
Postbus 136
2990 AC Barendrecht;
- geeft de bewindvoerder opdracht om de komende dertien maanden de post van [verzoeker] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen:
o zolang de schuldsaneringsregeling loopt en
o voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. L. Mundt, rechter, in samenwerking met F.J. Knaap LL.B., griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 november 2025.
Wat kunt u doen als u het niet eens bent met de eerdere ingangsdatum?
Mocht uw verzoek om een eerdere ingangsdatum niet of niet volledig zijn toegewezen, dan kunt u gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag.