ECLI:NL:RBDHA:2025:22762
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Burundi wegens onvoldoende aannemelijkheid bedreiging en bescherming
Eiseres uit Burundi heeft een asielaanvraag ingediend na bedreigingen die zij vermoedt te hebben ontvangen van een kolonel, nadat zij een schadevergoeding ontving wegens het overlijden van haar echtgenoot. De minister wees de aanvraag af omdat de vrees voor een fatale bedreiging niet aannemelijk was en eiseres bescherming kon inroepen van de Burundese autoriteiten.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht heeft geoordeeld dat de uitlatingen van de kolonel weliswaar bedreigend kunnen zijn, maar geen directe doodsbedreiging vormen. Ook is het causale verband tussen de incidenten bij de woning van eiseres en de kolonel niet bewezen. De bescherming door lokale autoriteiten, waaronder een wijkchef en burgemeester, is voldoende gebleken.
Verder heeft eiseres aangevoerd dat de belangen van haar minderjarige pleegdochter onvoldoende zijn meegewogen. De rechtbank stelt vast dat deze belangen pas in beroep concreet zijn gemaakt en onvoldoende zwaarwegend zijn om af te wijken van het besluit. Het beroep wordt ongegrond verklaard, en eiseres en haar pleegdochter moeten terugkeren naar Burundi.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard; eiseres en haar pleegdochter moeten terugkeren naar Burundi.