Uitspraak
[naam], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, de minister,
Inleiding
Beslissing
Beoordeling
mr. A.W. Wassink, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. K.E. Mulder, griffier.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Letse nationaliteit, werd bij besluit van 21 februari 2025 door de minister van Asiel en Migratie ongewenst verklaard vanwege zijn herhaaldelijke vermogensdelicten en overlast, waardoor hij een ernstige bedreiging vormt voor een fundamenteel belang van de samenleving. Eerder was hij in 2024 door de rechtbank Amsterdam geplaatst in een inrichting voor stelselmatige daders.
De rechtbank Den Haag behandelde op 27 november 2025 het beroep van eiser tegen deze ongewenstverklaring, tezamen met een verzoek om voorlopige voorziening. Ondanks twijfel over de ontvangst van het besluit, werd het beroep ontvankelijk verklaard en inhoudelijk beoordeeld.
De rechtbank oordeelt dat het besluit deugdelijk gemotiveerd is en dat de gedragingen van eiser, waaronder agressie jegens hulpverlening en het niet verminderen van delictgedrag ondanks gevangenisstraffen, een actuele en ernstige bedreiging vormen. De rechtbank vindt geen strijd met artikel 8 EVRM Pro en acht de maatregel proportioneel.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is openbaar en er is mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.