ECLI:NL:RBDHA:2025:22827

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 november 2025
Publicatiedatum
3 december 2025
Zaaknummer
C/09/693766 / FA RK 25-8163
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 24 Wzd
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opvolgende rechterlijke machtiging voor verblijf cliënt met Alzheimer dementie

De rechtbank Den Haag behandelde op 10 november 2025 het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot het verlenen van een opvolgende rechterlijke machtiging voor het verblijf van cliënt in een zorgaccommodatie. Cliënt lijdt aan Alzheimer dementie, wat leidt tot ernstig nadeel zoals afasie, apraxie, valgevaar, en risico op maatschappelijke teloorgang en zelfverwaarlozing.

De aanvraag voor de opvolgende machtiging was ingediend op 28 oktober 2025, vijf dagen na afloop van de vorige machtiging. De rechtbank volgde de jurisprudentie van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2021:227) en behandelde de aanvraag als opvolgend, waarbij de termijnoverschrijding werd verrekend in de duur van de machtiging.

Cliënt verzette zich tegen het verblijf, vooral door fysiek verzet bij de uitgang van de accommodatie. Desondanks oordeelde de rechtbank dat het verblijf noodzakelijk en geschikt is om ernstig nadeel te voorkomen, en dat er geen minder ingrijpende alternatieven zijn.

De rechtbank verleende de opvolgende machtiging voor de duur van twee jaar, tot en met 23 oktober 2027, en wees het meer of anders verzochte af. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een opvolgende machtiging voor verblijf cliënt in een zorgaccommodatie tot 23 oktober 2027.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/693766 / FA RK 25-8163
Datum beschikking: 10 november 2025

Opvolgende rechterlijke machtiging

Beschikkingnaar aanleiding van het door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een opvolgende machtiging voor de duur van twee jaar als bedoeld in artikel 24 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:

[cliënt] (partner van [partner van cliënt] ),

hierna te noemen: cliënt,
geboren op [geboortedatum] 1946 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie [accommodatie] te [plaats] ,
advocaat: mr. I.G.M. van Gorkum te Den Haag.

ProcesverloopHet procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 28 oktober 2025.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- de aanvraag voor een opvolgende machtiging aan het CIZ van 28 oktober 2025;
- de op 10 oktober 2025 ondertekende medische verklaring van een ter zake kundige arts, [naam 1] , die cliënt met het oog op de machtiging kort tevoren heeft onderzocht, maar niet bij haar behandeling betrokken was;
- het zorgplan van 27 juni 2025.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 10 november 2025. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- cliënt, bijgestaan door haar advocaat;
- de partner van cliënt, de heer [partner van cliënt]
- de arts, mevrouw [naam 2] .

Standpunten ter zitting

Namens cliënt is ter zitting naar voren gebracht dat zij zich verzet tegen het verblijf in de zorgaccommodatie. De advocaat voert geen inhoudelijk verweer tegen de machtiging, maar merkt op dat de aanvraag is ingediend op 28 oktober 2025, vijf dagen na afloop van de vorige rechterlijke machtiging. Daarom moet de aanvraag volgens de advocaat als eerste aanvraag worden behandeld en kan die voor maximaal zes maanden worden toegewezen.

Beoordeling

Termijnen
Op 23 oktober 2024 is door de rechtbank een opvolgende rechterlijke machtiging tot opname en verblijf in een accommodatie verleend tot en met 23 oktober 2025. Op 28 oktober 2025 heeft het CIZ een aanvraag voor een opvolgende machtiging ingediend. De rechtbank verwijst naar de uitspraak van de Hoge Raad van 12 februari 2021 (ECLI:NL:HR:2021:227), waarin de Hoge Raad in zo een geval heeft beslist dat de aanvraag als aanvraag voor een opvolgende machtiging kan worden behandeld. In zo een geval dient de rechtbank de termijnoverschrijding wel in mindering te brengen op de geldigheidsduur van de af te geven machtiging.
Inhoudelijke beoordeling
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat cliënt lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten Alzheimer dementie
.
Deze psychogeriatrische aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit ernstig nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang.
Uit de overlegde stukken en hetgeen behandeld ter zitting blijkt dat cliënt door afasie en apraxie de aanwijzingen van het zorgpersoneel niet goed begrijpt. Tijdens begeleide momenten buiten is cliënt eveneens lastig terug naar binnen te krijgen. Er is een stappenplan voor dwaaldetectie ingesteld, waardoor de deuren gesloten blijven, omdat cliënt niet verkeersveilig wordt geacht. Er is risico op ernstig lichamelijk letsel door valgevaar; cliënt heeft twee personen nodig voor ondersteuning bij het lopen. Daarnaast is er risico op maatschappelijke teloorgang en zelfverwaarlozing vanwege haar volledige afhankelijkheid van anderen voor hygiëne, medicatie en voeding.
De voortzetting van het verblijf in een accommodatie is noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.
Gebleken is dat cliënt zich verzet tegen de voortzetting van het verblijf in een accommodatie. Cliënt toont vooral fysiek verzet bij de uitgang van de zorgaccommodatie, waar zij probeert naar buiten te gaan en moeilijk is terug te begeleiden.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een opvolgende machtiging tot voortzetting van het verblijf in een accommodatie als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de duur van twee jaar na afloop van de vorige machtiging, te weten tot en met 23 oktober 2027.

Beslissing

De rechtbank:
verleent een opvolgende machtiging tot voortzetting van het verblijf in een accommodatie ten aanzien van:

[cliënt] (partner van [partner van cliënt] ),

geboren op [geboortedatum] 1946 te [geboorteplaats] ,

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 23 oktober 2027.

wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. van Hees, rechter, bijgestaan door T.C. Melman als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 10 november 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.