Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Nigeriaanse vreemdeling, maakte bezwaar tegen het voortduren van zijn maatregel van bewaring opgelegd op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde dat er geen zicht was op uitzetting binnen een redelijke termijn en dat verweerder onvoldoende voortvarend was in de uitzettingsprocedure. Tevens voerde hij aan dat een lichter middel dan bewaring had moeten worden toegepast, mede vanwege zijn complexe medische situatie.
De rechtbank oordeelde dat de maatregel tot het moment van het sluiten van het vorige onderzoek rechtmatig was en dat alleen het voortduren daarna relevant was. De rechtbank vond dat er geen reden was om te twijfelen aan het zicht op uitzetting naar Nigeria, mede omdat de aanvraag voor een laissez-passer bij de Nigeriaanse autoriteiten nog niet was afgewezen en verweerder voldoende voortvarend handelde, zoals blijkt uit frequente rappelleringen en vertrekgesprekken.
Daarnaast wees de rechtbank erop dat eiser niet voldeed aan zijn meewerkplicht, aangezien hij niet verscheen bij geplande vertrekgesprekken en niet meewerkte aan zijn presentatie bij de Nigeriaanse autoriteiten. De rechtbank vond ook geen aanleiding om een lichter middel toe te passen, aangezien de medische omstandigheden reeds in eerdere uitspraak waren betrokken en geen nieuwe feiten waren aangevoerd. De inbreuk op de rechten van eiser werd als gerechtvaardigd en proportioneel beoordeeld.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.