ECLI:NL:RBDHA:2025:22867

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
1 december 2025
Publicatiedatum
3 december 2025
Zaaknummer
NL25.30546
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:20 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na beslissing op asielaanvraag

Eiseres heeft op 9 juli 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 26 juni 2023. Op 29 augustus 2025 heeft de minister alsnog een besluit genomen en de asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. Dit besluit is onderwerp van een apart beroep met zaaknummer NL25.42992.

De rechtbank beoordeelt ambtshalve of eiseres nog procesbelang heeft bij het beroep wegens het niet tijdig beslissen. Gelet op het feit dat inmiddels een besluit is genomen, ontbreekt het procesbelang omdat eiseres niet meer in een materieel gunstiger positie kan komen door dit beroep.

De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk en veroordeelt de minister in de proceskosten van eiseres, vastgesteld op €453,50. De uitspraak is gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro en openbaar gemaakt op 1 december 2025.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.30546

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres

(gemachtigde: mr. A.E.M. de Vries),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft op 9 juli 2025 beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 26 juni 2023.
Op 29 augustus 2025 heeft verweerder alsnog op de aanvraag beslist. Verweerder heeft daarbij de asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. Tegen dat besluit heeft eiseres apart beroep ingesteld. Dat beroep is bij de rechtbank bekend onder zaaknummer NL25.42992.
De rechtbank doet op het beroep wegens het niet tijdig beslissen uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb. [1]

Overwegingen

1. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling [2] kan een belanghebbende bij de ter zake bevoegde rechter slechts opkomen tegen een besluit, indien hij bij het instellen van dat rechtsmiddel belang heeft, in die zin dat hij daardoor in een materieel gunstiger positie kan geraken. De rechtbank beoordeelt ambtshalve of eiseres procesbelang heeft en dient het beroep niet-ontvankelijk te verklaren wanneer daarvan geen sprake is, in welk geval echter wel een proceskostenveroordeling kan worden uitgesproken.
2. De rechtbank stelt vast dat verweerder met het besluit van 29 augustus 2025 alsnog een besluit heeft genomen op de asielaanvraag van eiseres. In zoverre is aan het beroep wegens het niet tijdig beslissen tegemoetgekomen, zodat eiseres gelet op het bepaalde in artikel 6:20, derde lid, van de Awb geen procesbelang meer heeft.
3. Eiseres heeft vanwege het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag beroep kunnen instellen bij de rechtbank. De rechtbank ziet daarom aanleiding om verweerder te veroordelen in de door haar gemaakte proceskosten. De proceskosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 453,50, bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 0,5 (licht). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

Beslissing

De rechtbank:
 verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
 veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 453,50 (vierhonderddrieënvijftig euro en vijftig cent).
Deze uitspraak is gedaan op 1 december 2025 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht
2.Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State