ECLI:NL:RBDHA:2025:22868

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 december 2025
Publicatiedatum
3 december 2025
Zaaknummer
24/7898 en 25/4488
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:21 AwbArt. 8:54 AwbArt. 1:441 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroepen niet-ontvankelijk wegens ontbreken toestemming bewindvoerder

Eiser heeft twee beroepen ingesteld tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Leiden, maar deed dit zonder toestemming van zijn bewindvoerder. De rechtbank heeft vastgesteld dat eiser onbekwaam is om zelfstandig in rechte op te treden vanwege zijn geestelijke toestand en dat de bewindvoerder geen volmacht of toestemming heeft verleend voor het indienen van de beroepen.

De rechtbank heeft de bewindvoerder benaderd, die bevestigde dat geen toestemming was gegeven en ook niet zal worden gegeven. Hierdoor ontbeert eiser de vereiste vertegenwoordiging en is hij niet in staat om zijn belangen redelijkerwijs te waarderen. Op grond van artikel 8:21 Awb Pro en artikel 1:441 BW Pro is het indienen van beroepen zonder toestemming van de bewindvoerder niet toegestaan.

Daarom verklaart de rechtbank de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk en doet zij uitspraak zonder zitting. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter M.M. Meessen op 4 december 2025 en verzonden aan partijen.

Uitkomst: De beroepen van eiser worden niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van toestemming van de bewindvoerder.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 24/7898 en SGR 25/4488

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 december 2025 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

en

het college van burgemeester en wethouders van Leiden, verweerder

(gemachtigden: P. van de Ven en D. Schuilenburg).

Inleiding

Eiser heeft tegen de brief van verweerder van 23 september 2024 met het kenmerk Z/24/3728882 (het bestreden besluit I) beroep ingesteld.
Eiser heeft tegen de brief van verweerder van 2 juli 2025 met het kenmerk Z/25/3853691 (het bestreden besluit II) eveneens beroep ingesteld.
Omdat de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk zijn, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

Uit de dossierstukken blijkt dat eiser onder bewind staat bij Fidinda CBM B.V. (hierna: Fidinda).
Uit het bewindregister blijkt dat de kantonrechter te Leiden op 18 maart 2015 een bewind heeft ingesteld over de (toekomstige) goederen wegens lichamelijke of geestelijke toestand.
3. Artikel 8:21, eerste lid, van de Awb bepaalt dat natuurlijke personen, onbekwaam om in rechte te staan, in het geding worden vertegenwoordigd door hun vertegenwoordiger naar burgerlijk recht. In artikel 8:21, tweede lid, van de Awb is bepaald dat de in het eerste lid bedoelde personen zelf in het geding kunnen optreden, indien zij tot een redelijke waardering van hun belangen in staat kunnen worden geacht. Artikel 1:441, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, bepaalt dat tijdens het bewind de bewindvoerder bij de vervulling van zijn taak de rechthebbende in en buiten rechte vertegenwoordigt.
4. Eiser heeft de beroepen zonder zijn bewindvoerder ingediend. Bij de indiening van de beroepen is geen volmacht van zijn bewindvoerder overlegd.
5. De rechtbank heeft aan de bewindvoerder gevraagd of zij instemt met de beroepen van eiser. Hierop heeft [naam] van Fidinda geantwoord dat geen toestemming is verleend en dat gezien de geestelijke toestand van eiser ook niet alsnog toestemming zal worden verleend. Dit betekent dat eiser niet over de vereiste toestemming van zijn bewindvoerder beschikt om te procederen.
6. Niet gebleken is dat appellant tot een redelijke waardering van zijn belangen in staat kan worden geacht. Omdat eiser onbekwaam is om beroepen in te stellen en de bewindvoerder geen volmacht of toestemming heeft gegeven voor het indienen van de beroepen, zijn de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Meessen, rechter, in aanwezigheid van S.I. Teunissen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 4 december 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.