Eiseres diende op 5 april 2023 een herhaalde aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel in, welke door verweerder op 12 mei 2025 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiseres stelde dat verweerder ten onrechte niet alle risicofactoren, waaronder de desertie van haar kinderen, haar lange afwezigheid, het ontbreken van reisdocumenten en het niet betalen van diasporabelasting, in samenhang had betrokken bij de beoordeling van het risico op ernstige schade bij terugkeer naar Eritrea.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht had geoordeeld dat er geen nieuwe feiten waren aangevoerd over de desertie van de kinderen, maar dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom niet alle andere relevante factoren waren betrokken bij de beoordeling. Met name het feit dat eiseres een oudere alleenstaande vrouw is, al lange tijd in het buitenland verblijft, geen diasporabelasting heeft betaald en geen geldig paspoort bezit, was niet adequaat meegewogen.
De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit een motiverings- en zorgvuldigheidsgebrek vertoonde en dat verweerder niet zonder nader onderzoek kon stellen dat eiseres geen reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd voor zover het gaat over de risicobeoordeling, en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen binnen zes weken, rekening houdend met deze uitspraak.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen omdat het beroep zelf reeds was beslist. Verweerder werd veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiseres.