ECLI:NL:RBDHA:2025:23039
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens vertrek met onbekende bestemming in Dublinprocedure
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Verweerder heeft de rechtbank geïnformeerd dat eiser op 20 oktober 2025 met onbekende bestemming is vertrokken.
De gemachtigde van eiser heeft verklaard geen contact meer met eiser te hebben. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt in zo'n situatie aangenomen dat de vreemdeling geen prijs meer stelt op de bescherming in Nederland, tenzij hij laat weten nog contact te onderhouden met zijn gemachtigde.
Omdat eiser geen contact onderhoudt en niet heeft gereageerd op de mededeling van de rechtbank om zonder zitting uitspraak te doen, heeft hij geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wijst zij een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en geen belang meer heeft bij de behandeling.