ECLI:NL:RBDHA:2025:23044
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Last onder dwangsom en invordering bij overtreding bestemmingsplan door splitsing woning en bewoning door meerdere huishoudens
In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, gedateerd 1 december 2025, wordt de zaak behandeld van een eiser die in beroep gaat tegen een last onder dwangsom opgelegd door het college van burgemeester en wethouders van Teylingen. De last betreft het beëindigen van de splitsing van een woning en het laten bewonen van die woning door meer dan één huishouden, wat in strijd is met het geldende bestemmingsplan. Eiser is het niet eens met de opgelegde last en de invordering van een dwangsom van € 5.000,-. De rechtbank beoordeelt de beroepsgronden van eiser en komt tot de conclusie dat het college de last terecht heeft opgelegd en de dwangsom terecht heeft ingevorderd. De rechtbank stelt vast dat de woning in strijd met het bestemmingsplan is gesplitst, waardoor er twee huishoudens in de woning woonden. Eiser wordt als overtreder aangemerkt, omdat hij als eigenaar en verhuurder verantwoordelijk is voor de situatie. De rechtbank oordeelt dat de begunstigingstermijn van drie maanden voldoende is en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die de invordering van de dwangsom zouden uitsluiten. Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard, en de rechtbank bevestigt dat het bestreden besluit in stand blijft.