ECLI:NL:RBDHA:2025:23090

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 september 2025
Publicatiedatum
5 december 2025
Zaaknummer
NL24.46759
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 42 VwArt. 43 Vw
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet tijdig beslissen op aanvraag verblijfsvergunning asiel Syrië

Eiseres, afkomstig uit Syrië, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Zij stelde de minister op 29 oktober 2024 schriftelijk in gebreke vanwege het niet tijdig beslissen op haar aanvraag en stelde op 26 november 2024 beroep in tegen het uitblijven van een besluit.

De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk is omdat de ingebrekestelling en het beroep tijdig zijn ingediend voordat het besluitmoratorium voor Syrië van kracht werd. Gedurende het moratorium, dat liep van 14 december 2024 tot 13 juni 2025, geldt een verlengde beslistermijn van maximaal 21 maanden.

Omdat de minister uiterlijk op 18 oktober 2025 moet beslissen, is de beslistermijn nog niet verstreken en is het beroep kennelijk ongegrond. De rechtbank wijst eiseres een proceskostenvergoeding toe van €453,50 vanwege het tijdig instellen van het beroep en het inschakelen van professionele juridische hulp.

De uitspraak is gedaan zonder zitting en verklaart het beroep ongegrond, met een veroordeling van de minister tot betaling van de proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen wordt ongegrond verklaard en de minister wordt veroordeeld tot betaling van een proceskostenvergoeding.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.46759
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres (gemachtigde: mr. M.A. Krikke),

en

de Minister van Asiel en Migratie, de minister.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend, omdat de minister volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (hierna: aanvraag).

Overwegingen

1. De rechtbank vindt het in deze zaak niet nodig om partijen uit te nodigen voor een zitting.1
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen.2

Is het beroep van eiseres gegrond?

3. De minister heeft de aanvraag op 18 april 2024 ontvangen. De minister moet uiterlijk binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag beslissen.3
4. Eiseres komt uit Syrië. Met ingang van 14 december 2024 tot en met 13 juni 2025 gold voor Syrië een besluitmoratorium.4 Gedurende de tijd dat het besluitmoratorium van
1. Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2 Artikel 6:2, onder b, en 6:12, tweede lid, van de Awb.
3 Artikel 42, eerste lid, van de Vw*Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Aanvankelijk heeft de minister de beslistermijn onder toepassing van WBV 2023/26 met negen maanden verlengd. De minister heeft deze WBV echter weer ingetrokken (IB 2025/28). Als gevolg hiervan geldt voor alle asielaanvragen die zijn ingediend vanaf 1 januari 2024 weer een beslistermijn van zes maanden.
4 Stcrt. 2024, 41538.
kracht was, besliste de minister niet op asielaanvragen van vreemdelingen uit dat land. De beslistermijn voor asielaanvragen die vóór of tijdens de werking van het besluitmoratorium werden ontvangen, is verlengd met één jaar tot ten hoogste 21 maanden.5
5. Eiseres heeft de minister op 29 oktober 2024 in gebreke gesteld. Eiseres heeft op 26 november 2024, meer dan twee weken na de ingebrekestelling, beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag. De rechtbank stelt vast dat het besluitmoratorium nog niet van kracht was toen eiseres de ingebrekestelling en het beroep instelde. De ingebrekestelling en het beroep zijn tijdig ingediend. Het beroep is dus ontvankelijk.
6. Het moratorium is mede van toepassing op asielaanvragen waarvan de beslistermijn van zes maanden is verstreken op het moment van de inwerkingtreding van het moratorium.6 De aanvraag van eiseres valt onder deze situatie en daarmee dus onder het toepassingsbereik van het moratorium.
7. De minister dient uiterlijk op 18 oktober 2025 te beslissen op de aanvraag (18 april 2024 + zes maanden + één jaar, tot in totaal ten hoogste 21 maanden). De beslistermijn is derhalve nog niet verstreken. Hieruit vloeit voort dat het beroep kennelijk ongegrond is.
Conclusie en gevolgen
8. Het beroep is kennelijk ongegrond. Eiseres heeft haar beroep aanvankelijk terecht ingesteld. Toen zij dat deed, was het moratorium immers nog niet van kracht. Om die reden krijgt eiseres een vergoeding voor haar proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. Volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht is dit een vast bedrag, omdat eiseres een professionele (juridische) hulpverlener heeft ingeschakeld om voor haar een beroepschrift in te dienen. Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden, wordt een lager bedrag toegekend (wegingsfactor 0,5). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Toegekend wordt € 453,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 0,5).

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep ongegrond;
  • veroordeelt de minister in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 453,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Skerka, rechter, in aanwezigheid van N.B. Yalcinkaya, griffier.
5 Artikel 43, eerste lid, van de Vw en artikel 2 van Pro het Besluit instelling besluitmoratorium en vertrekmoratorium vreemdelingen afkomstig uit Syrië.
6 Vgl. ECLI:NL:RVS:2019:3600, r.o. 5.3.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
10 september 2025

Documentcode: [Documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.