Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.De procedure
2.De inhoud van de vordering
3.De ontvankelijkheid
4.De grondslag voor ontneming
5.De schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel
augustus2017 te Bergschenhoek, meermalen tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk heeft vervaardigd hoeveelheden van materialen bevattende heroïne, zijnde heroïne, een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I.
in of omstreeksde periode van 10 mei 2017 tot en met 16 augustus 2017”. Het gerechtshof heeft in de bewijsoverweging (op pagina 38 en 39) opgenomen dat op verschillende data in de periode tussen 7 mei en 17 augustus 2017 heroïne is vervaardigd op het terrein van de kwekerij te Bergschenhoek. De gedragingen die in de nacht van 7 op 8 mei 2017 zijn waargenomen, zijn in het arrest (op pagina 27 en 28) uitgebreid door het gerechtshof beschreven. De datum van 10 mei 2017 die in de bewezenverklaring is opgenomen, komt voort uit de wijze waarop de tenlastelegging is opgesteld. Daarnaast geldt dat [de veroordeelde] is veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie in de periode van 1 februari 2017 tot en met 6 oktober 2017. Hieronder vallen tien productiemomenten, waaronder het productiemoment van 7 op 8 mei 2017.
Totale kosten 10 x € 124.989,92 = € 1.249.899,20
WW productie/verkoop heroïne = € 1.866.200,80