Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De inhoud van de vordering
3.De ontvankelijkheid
4.De grondslag voor ontneming
5.De schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel
in of omstreeksde periode van 10 mei 2017 tot en met 16 augustus 2017”. Het gerechtshof heeft in de bewijsoverweging (op pagina 28) opgenomen dat op verschillende data in de periode tussen 7 mei en 17 augustus 2017 heroïne is vervaardigd op het terrein van de kwekerij te Bergschenhoek. De gedragingen die in de nacht van 7 op 8 mei 2017 zijn waargenomen, zijn in het arrest (op pagina 23 en 24) uitgebreid door het gerechtshof beschreven. Daarnaast is [de veroordeelde] veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie in de periode van 1 mei 2017 tot en met 6 oktober 2017. Hieronder vallen tien productiemomenten, waaronder het productiemoment van 7 op 8 mei 2017. De rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging dat [de veroordeelde] over drie productiemomenten geen wederrechtelijk verkregen voordeel heeft verkregen, omdat hij in de periode van 21 juni 2017 tot 9 augustus 2017 in detentie zat. [de veroordeelde] was zowel voor als na zijn detentie actief betrokken bij de productie van heroïne en maakte gedurende de gehele periode deel uit van de criminele organisatie. Dat [de veroordeelde] een periode in detentie heeft gezeten, betekent dan ook niet dat hij over die productiemomenten geen wederrechtelijk voordeel heeft verkregen.
Totale kosten 10 x € 124.989,92 = € 1.249.899,20
WW productie/verkoop heroïne = € 1.866.200,80