ECLI:NL:RBDHA:2025:23113
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij niet tijdig beslissen asielaanvraag Syrië
Eiser, afkomstig uit Syrië, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd bij de minister van Asiel en Migratie. De minister ontving de aanvraag op 5 april 2024 en moest uiterlijk binnen zes maanden beslissen. Vanwege een besluitmoratorium voor Syrië werd de beslistermijn verlengd met één jaar, waardoor de uiterste beslisdatum op 5 oktober 2025 lag.
Eiser stelde de minister op 18 juli 2025 schriftelijk in gebreke, maar dit was nog vóór het verstrijken van de beslistermijn. Volgens de wet moet een ingebrekestelling pas worden gedaan nadat de beslistermijn is verstreken. Hierdoor is het beroep van eiser op het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en hoefde niet te oordelen over een eventuele bestuurlijke dwangsom. De uitspraak is gedaan door rechter A. Skerka en griffier J.B. Thépass en is openbaar bekendgemaakt op 29 september 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling.