Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] eiser,
de minister van Asiel en Migratie,
Samenvatting
Procesverloop
Het bestreden besluit
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
.
Rechtbank Den Haag
Eiser diende op 24 april 2025 een asielaanvraag in Nederland in, welke door de minister op 4 september 2025 niet-ontvankelijk werd verklaard vanwege een geldige verblijfsvergunning in Bulgarije. Eiser betwistte dit en stelde dat zijn Bulgaarse verblijfsvergunning was ingetrokken, maar kon dit niet met documenten onderbouwen.
De rechtbank behandelde het beroep op 26 november 2025 zonder eiser en concludeerde dat de minister terecht uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, dat inhoudt dat de behandeling van internationale bescherming in Bulgarije wordt vertrouwd. Eiser leverde geen concreet bewijs dat hij geen bescherming meer geniet of dat hij bij terugkeer in Bulgarije mensonwaardige omstandigheden zal treffen.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende inspanningen had verricht om de intrekking van zijn verblijfsvergunning aan te vechten en dat zijn situatie niet voldeed aan de criteria van het arrest Tarakhel. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser moet terugkeren naar Bulgarije.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijk verklaring van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en eiser moet terugkeren naar Bulgarije.