ECLI:NL:RBDHA:2025:23131
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Eritrese vrouw wegens onvoldoende vrees voor vervolging
Eiseres, een Eritrese vrouw, heeft op 12 januari 2022 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel ingediend. De minister heeft deze aanvraag op 10 januari 2025 afgewezen wegens het ontbreken van een gegronde vrees voor vervolging. Eiseres voerde aan dat zij vanwege maatschappelijke afzondering en het verlopen van haar visum problemen vreest bij terugkeer naar Eritrea. Ook stelde zij dat zij risico loopt vanwege het niet betalen van de diasporabelasting.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht heeft geoordeeld dat eiseres geen voldoende aannemelijk gemaakt risico loopt op vervolging of ernstige schade. Hoewel de maatschappelijke afzondering aannemelijk is, is deze niet zwaarwegend genoeg voor vergunningverlening. Eiseres is legaal uitgereisd en heeft geen aannemelijk bewijs geleverd dat zij vanwege het verlopen visum of de diasporabelasting in gevaar is. Het BMA heeft medisch advies uitgebracht, waarna uitstel van vertrek is verleend voor een jaar.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag. Eiseres krijgt geen vergoeding van proceskosten. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de afwijzing blijft in stand.