ECLI:NL:RBDHA:2025:23151
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening tegen afwijzing asielaanvraag niet-ontvankelijk verklaard
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de Minister van Asiel en Migratie waarin de asielaanvraag werd afgewezen. De minister had het primaire besluit genomen op 13 augustus 2021 en op 1 oktober 2025 het bezwaar van verzoeker tegen dit besluit afgewezen.
Verzoeker heeft echter geen beroep ingesteld tegen de beslissing op het bezwaarschrift. Volgens artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan een verzoek om voorlopige voorziening alleen worden gedaan als er een beroepsprocedure loopt tegen het besluit op bezwaar.
Omdat er geen beroep is ingesteld, is het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk. De voorzieningenrechter beoordeelt het verzoek daarom niet inhoudelijk en wijst het af zonder proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een beroepsprocedure.