ECLI:NL:RBDHA:2025:2316
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit op de Dublinverordening, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. De rechtbank heeft het beroep op 22 januari 2025 behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet aanwezig waren.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ongegrond is. De minister heeft het verzoek tot terugname van de asielaanvraag aan Duitsland gedaan, dat dit verzoek heeft aanvaard. Eiser stelde dat het besluit onzorgvuldig was voorbereid en dat de minister onvoldoende rekening hield met persoonlijke omstandigheden, jurisprudentie en landeninformatie. De rechtbank vond dat de minister het verslag van het aanmeldgehoor tijdig beschikbaar stelde en dat de aangehaalde informatie onvoldoende specifiek was voor eiser.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Duitsland niet langer geldt vanwege risico op indirect refoulement, maar dit werd niet voldoende gemotiveerd. Ook stelde eiser dat de minister ten onrechte geen gebruik maakte van de bevoegdheid om de aanvraag zelf in behandeling te nemen, maar de rechtbank vond dat de minister dit terughoudend mag toepassen en dat het risico op refoulement onvoldoende onderbouwd was.
De rechtbank concludeert dat het niet in behandeling nemen van de aanvraag terecht is en verklaart het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter S.A. van Hoof.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.