ECLI:NL:RVS:2024:4852
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-behandeling asielaanvraag op grond van Dublinverordening
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam een asielaanvraag van een vreemdeling niet in behandeling op grond van de Dublinverordening. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte een nieuw toetsingskader voor de bewijslastverdeling had gehanteerd en dat de minister de motivering omtrent de niet-onverplichte aanhouding van de asielaanvraag voldoende had onderbouwd.
De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer op 27 november 2024.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.