Partijen zijn gehuwd en hebben twee minderjarige kinderen. De vrouw verzoekt om het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning en de toevertrouwing van de kinderen aan haar toe te wijzen. Zij baseert haar verzoek mede op de door de man uitgesproken Talaq, waardoor volgens haar de scheiding volgens het Islamitisch geloof is ingetreden.
De man betwist dat de scheiding definitief is en stelt dat samenwonen nog mogelijk is. Hij benadrukt dat hij geen andere woonruimte heeft en dat de kinderen gebaat zijn bij het blijven zien van beide ouders in de woning.
De rechtbank oordeelt dat zij geen oordeel kan geven over de Islamitische scheiding, maar erkent de spanning bij de vrouw en haar belang bij het niet langer samenwonen. Daarom kent zij de vrouw het uitsluitend gebruik van de woning toe volgens een tweewekelijks schema, waarbij de man de woning op die tijden moet verlaten. Het verzoek tot toevertrouwing van de kinderen wordt afgewezen omdat de zorg nu gelijk verdeeld is en geen spoedeisend belang bestaat.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het verzoek om het uitsluitend gebruik met inbegrip van de inboedel wordt afgewezen wegens gebrek aan belang.