ECLI:NL:RBDHA:2025:23259

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
31 oktober 2025
Publicatiedatum
8 december 2025
Zaaknummer
NL24.34718
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 42 VwArt. 43 Vw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond wegens niet verstreken beslistermijn asielaanvraag Syrië-moratorium

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel, ingediend op 22 januari 2024. De minister ontving de aanvraag en moest binnen zes maanden beslissen, maar verlengde aanvankelijk de beslistermijn met negen maanden onder een beleidsregel die later werd ingetrokken. Hierdoor geldt weer een beslistermijn van zes maanden.

Van 14 december 2024 tot en met 13 juni 2025 gold een besluitmoratorium voor Syriërs, waardoor de minister niet op asielaanvragen van Syriërs besliste. Dit moratorium verlengde de beslistermijn met één jaar tot maximaal 21 maanden. Eiser stelde de minister op 20 augustus 2024 in gebreke en diende op 5 september 2024 beroep in, toen het moratorium nog niet van kracht was, waardoor het beroep ontvankelijk is.

De rechtbank oordeelt dat de aanvraag van eiser onder het moratorium valt en dat de beslistermijn uiterlijk op 22 juli 2025 afloopt. Omdat deze termijn nog niet verstreken was op het moment van uitspraak, is het beroep kennelijk ongegrond. De minister wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser, vastgesteld op € 453,50 vanwege de inschakeling van professionele juridische hulp en de aard van de procedure.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de minister wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.34718
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. D.P.J. Grommen),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend, omdat de minister volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (hierna: aanvraag).

Overwegingen

1. De rechtbank vindt het in deze zaak niet nodig om partijen uit te nodigen voor een zitting.1
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen.2
Is het beroep van eiser ontvankelijk en gegrond?
3. De minister heeft de aanvraag op 22 januari 2024 ontvangen. De minister moet uiterlijk binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag beslissen.3
1. Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2 Artikel 6:2, onder b, en 6:12, tweede lid, van de Awb.
3 Artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Aanvankelijk heeft de minister de beslistermijn onder toepassing van WBV 2023/26 met negen maanden verlengd. De minister heeft deze WBV echter weer ingetrokken (IB 2025/28). Als gevolg hiervan geldt voor alle asielaanvragen die zijn ingediend vanaf 1 januari 2024 weer een beslistermijn van zes maanden.
4. Eiser komt uit Syrië. Met ingang van 14 december 2024 tot en met 13 juni 2025 gold voor Syrië een besluitmoratorium.4 Gedurende de tijd dat het besluitmoratorium van kracht was, besliste de minister niet op asielaanvragen van vreemdelingen uit dat land. De beslistermijn voor asielaanvragen die vóór of tijdens de werking van het besluitmoratorium werden ontvangen, is verlengd met één jaar tot ten hoogste 21 maanden.5
5. Eiser heeft de minister op 20 augustus 2024 in gebreke gesteld. Eiser heeft op 5 september 2024, meer dan twee weken na de ingebrekestelling, beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag. De rechtbank stelt vast dat het besluitmoratorium nog niet van kracht was toen eiser de ingebrekestelling en het beroep instelde. De ingebrekestelling en het beroep zijn tijdig ingediend. Het beroep is dus ontvankelijk.
6. Het moratorium is mede van toepassing op asielaanvragen waarvan de beslistermijn van zes maanden is verstreken op het moment van de inwerkingtreding van het moratorium.6 De aanvraag van eiser valt onder deze situatie en daarmee dus onder het toepassingsbereik van het moratorium.
7. De minister diende uiterlijk op 22 juli 2025 te beslissen op de aanvraag (22 januari 2024 + zes maanden + één jaar, tot in totaal ten hoogste 21 maanden). De beslistermijn was derhalve nog niet verstreken. Hieruit vloeit voort dat het beroep kennelijk ongegrond is.
Conclusie en gevolgen
8. Het beroep is kennelijk ongegrond. Eiser heeft zijn beroep aanvankelijk terecht ingesteld. Toen hij dat deed, was het moratorium immers nog niet van kracht. Om die reden krijgt eiser een vergoeding voor zijn proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. Volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht is dit een vast bedrag, omdat eiser een professionele (juridische) hulpverlener heeft ingeschakeld om voor hem een beroepschrift in te dienen. Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden, wordt een lager bedrag toegekend (wegingsfactor 0,5). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Toegekend wordt € 453,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 0,5).

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep ongegrond;
  • veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 453,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Skerka, rechter, in aanwezigheid van
J.M. Pattynama, griffier.
4 Stct. 2024, 41538.
5 Artikel 43, eerste lid, van de Vw en artikel 2 van Pro het Besluit instelling besluitmoratorium en vertrekmoratorium vreemdelingen afkomstig uit Syrië.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
31 oktober 2025

Documentcode: [Documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.