ECLI:NL:RBDHA:2025:23328
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing mvv-aanvraag wegens ontbreken beschermd gezinsleven tussen grootmoeder, dochter en kleinkinderen
Eiseres heeft een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aangevraagd om bij haar dochter en kleinkinderen in Nederland te verblijven. De minister heeft deze aanvraag afgewezen omdat er geen sprake is van gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro tussen eiseres en haar dochter (referent) en tussen eiseres en haar kleinkinderen.
De rechtbank heeft het beroep van eiseres behandeld en beoordeeld of er bijkomende elementen van afhankelijkheid zijn die een beschermd gezinsleven kunnen rechtvaardigen. Eiseres stelde dat haar kleinkinderen haar intensief verzorgden en dat zij afhankelijk was van deze zorg, mede vanwege het ontbreken van een netwerk in Syrië.
De rechtbank concludeert dat eiseres onvoldoende heeft aangetoond dat de zorg door kleinkinderen de gebruikelijke zorg overstijgt. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat andere familieleden of derden geen zorg kunnen bieden. De minister heeft de afwijzing van de mvv-aanvraag dan ook terecht gehandhaafd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de mvv-aanvraag wegens ontbreken van beschermwaardig gezinsleven.