ECLI:NL:RBDHA:2025:23350
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen het voortduren van de maatregel van bewaring die op 25 augustus 2025 was opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser voerde aan dat er geen zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn bestond en dat een lichter middel had moeten worden toegepast vanwege zijn psychische en fysieke klachten.
De rechtbank oordeelde dat het zicht op uitzetting naar Mali niet ontbrak, mede omdat het lp-traject bij de Malinese autoriteiten doorgaans meerdere maanden duurt en eiser onvoldoende meewerkte aan zijn terugkeer. Daarnaast was er geen reden om te veronderstellen dat eiser detentieongeschikt was of dat de zorg in detentie ontoereikend was. De rechtbank hield tevens ambtshalve toetsing aan de rechtmatigheid van de maatregel, waaronder het beginsel van non-refoulement en het belang van familie- en gezinsleven.
Gelet op deze overwegingen werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.