ECLI:NL:RBDHA:2025:23352
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling
De minister van Asiel en Migratie heeft op 5 augustus 2025 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep inhoudelijk beoordeeld zonder zitting.
De rechtbank overwoog dat de maatregel van bewaring reeds eerder rechtmatig was bevonden tot het sluiten van het onderzoek in een eerdere uitspraak. De beoordeling richtte zich daarom op de periode daarna. Eiser stelde dat er geen redelijk vooruitzicht was op uitzetting naar Algerije binnen een redelijke termijn, mede omdat de laissez-passer aanvraag van 5 augustus 2025 nog in behandeling was en er geen presentatie gepland stond.
De rechtbank oordeelde dat er geen concrete aanwijzingen waren dat de uitzetting niet binnen redelijke termijn zou plaatsvinden. Het lp-traject bij de Algerijnse autoriteiten kan meerdere maanden duren, zeker zonder identiteitsdocumenten. Eiser had onvoldoende meegewerkt aan zijn uitzetting en verklaarde zelfs niet te willen terugkeren. Ook ambtshalve toetsing van de rechtmatigheid en het beginsel van non-refoulement leverden geen bezwaar op.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.