Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel, ingediend op 29 november 2023. De minister werd op 1 september 2025 ingebreke gesteld, nadat de wettelijke beslistermijn van 21 maanden was verstreken. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de minister nog steeds geen besluit heeft genomen.
De rechtbank bepaalt dat de minister binnen acht weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Deze termijn is verlengd vanwege het belang van zorgvuldige besluitvorming en het feit dat eiser nog niet is gehoord over zijn asielmotieven. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat de minister de termijn overschrijdt.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan eiser, vastgesteld op €453,50, vanwege de inschakeling van juridische hulp en het beperkte onderwerp van het geschil. De uitspraak is gedaan door rechter A. Skerka en griffier J.M. Pattynama op 31 oktober 2025.