Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
de minister van Justitie en Veiligheid, verweerder
Samenvatting
Procesverloop
27 november 2023 (het primaire besluit) afgewezen. Met het bestreden besluit van
Beoordeling door de rechtbank
voor zover er sprake is van procesbelang stelt verweerder (…)’. Op de zitting heeft de gemachtigde van verweerder aangegeven dat het ontbreken van procesbelang het primaire standpunt is. Desgevraagd heeft de gemachtigde van eiser op zitting aangegeven dat er wel sprake is van procesbelang, omdat eisers rechten eerder kunnen voortbestaan. Daarnaast is per 1 januari 2025 de inburgeringseis ingevoerd, dus als eiser nu opnieuw een verblijfsvergunning voor langdurig ingezetene dan wel een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd wil krijgen, moet hij eerst slagen voor het examen. Dat is volgens de gemachtigde van eiser een extra obstakel. De rechtbank is van oordeel dat eiser, gelet op wat op zitting is aangevoerd, belang heeft bij een oordeel over zijn beroep. Het procesbelang wordt daarom aangenomen.
4 juli 2024 [5] in rechtsoverweging 40 geoordeeld dat een regeling van een lidstaat die strengere voorwaarden stelt voor de verkrijging van een permanente verblijfsvergunning voor een Turkse werknemer geen ‘nieuwe beperking’ is in de zin van de standstill-bepaling. Dit geldt als de werknemer onder de werkingssfeer van Besluit nr. 1/80 valt en in de betreffende lidstaat verblijft. Deze regeling vormt volgens het Hof geen ‘nieuwe beperking’ omdat de strengere voorwaarden geen afbreuk doen aan het recht van de Turkse werknemer om zijn recht op vrij verkeer op het grondgebied van de lidstaat uit te oefenen. De Afdeling [6] heeft in de uitspraak van 21 november 2024 [7] , in het kader van het arrest [naam], in rechtsoverweging 2.2 tot en met 2.4 ook geoordeeld dat de voorwaarde van vijf jaar rechtmatig en ononderbroken verblijf voor de verkrijging van de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd, geen strijd oplevert met de standstill-bepaling. Om die reden slaagt het beroep op de uitspraak van 14 december 2023 dan ook niet.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr.C. Simonis, griffier.