ECLI:NL:RBDHA:2025:23374
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvragen wegens ongeloofwaardige afvalligheid en bekering, risico terugkeer Iran onvoldoende aannemelijk
Twee Iraanse broers dienden asielaanvragen in Nederland in, stellende dat zij waren afvallig van de islam en zich hadden bekeerd tot het christendom. De minister van Asiel en Migratie wees deze aanvragen af wegens ongeloofwaardigheid van de afvalligheid en bekering en het ontbreken van een aannemelijk risico bij terugkeer naar Iran.
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep en oordeelde dat de minister terecht de geloofwaardigheid van de bekering tot het christendom had betwijfeld, omdat de verklaringen van eisers summier en oppervlakkig waren en onvoldoende persoonlijke beleving toonden. Ook de verklaringen van derden en documenten konden dit niet compenseren.
Verder vond de rechtbank dat het risico op vervolging of ernstige schade bij terugkeer naar Iran onvoldoende was aangetoond. De minister had gemotiveerd dat niet elke terugkeerder wordt ondervraagd of vervolgd en dat sociale media-activiteiten en een christelijke tatoeage niet voldoende bewijs vormden van een reëel risico.
De rechtbank concludeerde dat de beroepen ongegrond zijn en dat eisers geen asielvergunning krijgen. De minister had het referentiekader van eisers, waaronder psychische klachten, voldoende betrokken in de beoordeling. De afwijzing bleef in stand en de terugkeer naar Iran met een vertrektermijn van vier weken werd bevestigd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvragen wegens ongeloofwaardige afvalligheid en bekering en onvoldoende aannemelijk risico bij terugkeer naar Iran.