Uitspraak
[eiser] en [eiseres] uit [woonplaats] , eisers
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, het college
Stichting Beeld en Geluiduit Den Haag,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Rechtbank Den Haag
Op 19 mei 2018 hebben eisers, bewoners van [woonplaats], het college van burgemeester en wethouders van Den Haag verzocht om handhavend op te treden tegen de illegale bouw van luchtbehandelingskasten op de daken van gebouwen op de percelen [perceel 1] en [perceel 2]. Het college heeft op 30 augustus 2022 het handhavingsverzoek afgewezen, waarna eisers beroep hebben ingesteld. Op 2 maart 2025 hebben eisers opnieuw om handhaving gevraagd, maar het college heeft op 23 oktober 2025 het eerdere besluit ingetrokken en opnieuw afgewezen. De rechtbank heeft op 5 december 2025 de zaak behandeld en direct uitspraak gedaan.
De rechtbank oordeelt dat het besluit van 30 augustus 2022 een primair besluit is en dat eisers geen procesbelang meer hebben bij hun beroep tegen dit besluit, omdat het is ingetrokken. Het beroep tegen het besluit van 23 oktober 2025 is inhoudelijk beoordeeld. De rechtbank concludeert dat het besluit onvoldoende zorgvuldig is voorbereid met betrekking tot de luchtbehandelingskast LBK 6, omdat het college deze niet heeft opgemeten. De rechtbank vernietigt het besluit van 23 oktober 2025 voor zover het betreft LBK 6 en draagt het college op om een nieuw besluit te nemen. Het beroep tegen het besluit van 30 augustus 2022 wordt niet-ontvankelijk verklaard, en het college moet het griffierecht aan eisers vergoeden.