Uitspraak
[eiser] en [eiseres] uit [woonplaats] , eisers
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, het college
Stichting Beeld en Geluiduit Den Haag,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Rechtbank Den Haag
Eisers hebben het college van burgemeester en wethouders van Den Haag verzocht handhavend op te treden tegen illegale bouw van luchtbehandelingskasten op daken van gebouwen. Het college wees het verzoek aanvankelijk af met een besluit van 30 augustus 2022, waartegen eisers beroep instelden. Na een herhaald verzoek op 2 maart 2025 trok het college het eerdere besluit in en wees opnieuw af met een besluit van 23 oktober 2025.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het besluit van 30 augustus 2022 niet-ontvankelijk is vanwege het ontbreken van een procesbelang, omdat dit besluit is ingetrokken. Het beroep tegen het besluit van 23 oktober 2025 is inhoudelijk behandeld en gegrond verklaard. De rechtbank stelt vast dat het college onvoldoende zorgvuldig heeft gehandeld bij de beoordeling van de hoogte van luchtbehandelingskast 6 (LBK 6), omdat het college de kast zelf niet heeft opgemeten en onduidelijk blijft of deze voldoet aan de vergunde maximale hoogte.
Ten aanzien van de leidingen van LBK 4 oordeelt de rechtbank dat het college terecht heeft vastgesteld dat deze 8 centimeter hoger uitkomen dan toegestaan, maar dat dit een geringe overschrijding betreft waarvoor geen handhaving nodig is. Wel is toegezegd dat een omgevingsvergunning zal worden verleend om de afwijking te legaliseren. De rechtbank vernietigt daarom het besluit van 23 oktober 2025 voor zover het LBK 6 betreft en draagt het college op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het griffierecht wordt aan eisers vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 30 augustus 2022 is niet-ontvankelijk; het beroep tegen het besluit van 23 oktober 2025 is gegrond en dit besluit wordt vernietigd voor zover het LBK 6 betreft.