Op 3 december 2025 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in de zaken SGR 24/8473 en SGR 24/8474, waarin eiseres, een B.V. uit [plaats], in beroep ging tegen een handhavingsbesluit en een weigeringsbesluit van het college van burgemeester en wethouders van Den Haag. Eiseres betoogde dat de bouwkundige splitsing van haar woning aan [adres 1] al vóór de inwerkingtreding van het bestemmingsplan had plaatsgevonden en dat de weigering van de omgevingsvergunning onterecht was. De rechtbank oordeelde dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat de splitsing vóór de inwerkingtreding van het bestemmingsplan had plaatsgevonden. De rechtbank concludeerde dat het college bevoegd was om handhavend op te treden, aangezien de splitsing in strijd was met het bestemmingsplan. De beroepen van eiseres werden ongegrond verklaard, en zij kreeg geen griffierecht of proceskosten vergoed.