ECLI:NL:RBDHA:2025:23396
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering omgevingsvergunning voor vergroten steiger in strijd met bestemmingsplan
Eiser heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het vervangen en vergroten van een steiger nabij een adres in een plaats binnen de gemeente Kaag en Braassem. Het college heeft deze aanvraag op 7 april 2023 geweigerd en is bij dit besluit gebleven in januari 2024. Eiser stelde beroep in tegen deze weigering, maar verscheen niet op de zitting van 3 oktober 2025.
De rechtbank beoordeelde dat de aanvraag onder de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) valt omdat deze vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet is ingediend. Het college had het verweerschrift tijdig ingediend, zodat het betoog van eiser over onvoldoende reactietijd faalde.
De rechtbank stelde vast dat het bouwplan niet voldoet aan de maatvoeringsregels van de bestemmingsplannen ‘Buitengebied Oost’ en ‘Heiligegeestlaan Rijnsaterwoude’. De steiger overschrijdt de maximale afmetingen en sluit niet aan op een woning of verblijfsrecreatief onderkomen. Ook het bouwovergangsrecht kon niet worden toegepast omdat eiser onvoldoende bewijs leverde dat een gelijkwaardige steiger legaal en continu aanwezig was.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de situatie van de aangrenzende steiger juridisch anders is. Daarnaast kon het beroep op het vertrouwensbeginsel niet slagen wegens gebrek aan concrete toezeggingen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het griffierecht af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de weigering van de omgevingsvergunning.