ECLI:NL:RVS:2020:2595
Raad van State
- Hoger beroep
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag toevoeging voor beroep tegen niet tijdig besluit IND
Appellant vroeg op 18 oktober 2018 een toevoeging aan voor rechtsbijstand bij het instellen van een ingebrekestelling en een beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). De raad voor rechtsbijstand wees deze aanvraag op 5 februari 2019 af, omdat deze activiteiten onder de reeds verleende toevoeging voor de asielaanvraag vielen en het beroep niet inhoudelijk op zitting werd behandeld.
De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond. De rechtbank oordeelde dat appellant onvoldoende had onderbouwd dat het beleid van de raad onredelijk was of dat er sprake was van ongelijke behandeling. Ook stelde de rechtbank dat de werkzaamheden vielen onder de reeds verleende toevoeging, zodat geen sprake was van onbetaalde werkzaamheden.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het beleid van de raad was gewijzigd en dat in soortgelijke zaken wel reguliere toevoegingen werden verleend. De Raad van State oordeelde dat appellant deze stellingen onvoldoende had onderbouwd en dat het beleid sinds 2011 niet was gewijzigd. Ook bevestigde de Raad dat de werkzaamheden onder de reeds verleende toevoeging vielen en dat de aanvraag om een reguliere toevoeging terecht was afgewezen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de aanvraag om een reguliere toevoeging voor het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de IND.