Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 december 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, het college
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Is het bestreden besluit op de juiste wijze tot stand gekomen en voldoende gemotiveerd?
“Ik heb zelf die wijzingen nav het HOR [3] toegevoegd en gecontroleerd. De adviezen heb ik wat uitgebreid in het kader van de belangenafweging, omdat sommige zaken niet voldoende waren gemotiveerd (…).”In het dossier bevindt zich geen exemplaar van het oorspronkelijke adviezen, zodat niet is na te gaan hoe deze hebben geluid. Ook ter zitting heeft het college daar geen helderheid over kunnen verschaffen. Voor de rechtbank is aldus niet na te gaan in hoeverre het college de adviezen heeft aangepast om beter aan te sluiten bij zijn eigen visie en of er sprake is geweest van handelen in strijd met het verbod op vooringenomenheid van artikel 2:4, eerste lid van de Awb.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt het college op binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt het college in de proceskosten in beroep tot een bedrag van € 1.814,-;
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 184,- aan eiser te vergoeden.