ECLI:NL:RVS:2022:998
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanwijzing pand als gemeentelijk monument ondanks bezwaar eigenaresse
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees op 17 juni 2020 een pand aan de [locatie 1] aan als gemeentelijk monument. De eigenaresse, [appellante], maakte bezwaar omdat de aanwijzing haar sloop- en herbouwplannen doorkruist. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de eigenaresse ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het college terecht het advies van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK) heeft gevolgd, ondanks dat formeel de Commissie voor Welstand en Monumenten (CWM) als adviesorgaan is voorgeschreven. De Afdeling vond geen aanwijzingen dat het advies onzorgvuldig tot stand is gekomen of dat de redenering onbegrijpelijk is. Ook het betoog dat het pand niet voldoet aan de criteria voor monumentenstatus werd verworpen.
Het college mocht de monumentale waarde van het pand, mede vanwege de cultuurhistorische betekenis als voormalige verblijfplaats van Etty Hillesum, zwaarder laten wegen dan het belang van de eigenaresse. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen toezeggingen waren gedaan dat het pand niet als monument zou worden aangewezen. De Raad van State bevestigde daarmee het eerdere oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het besluit tot aanwijzing van het pand als gemeentelijk monument wordt bevestigd.