3.5Bewijsoverwegingen
Feiten
De rechtbank stelt op basis van het dossier de volgende feiten en omstandigheden vast.
Aangiftes
Vier van de slachtoffers (mevrouw [de aangever 1] , de heer [de aangever 2] , de heer [de aangever 4] en de heer [de aangever 5] ) hebben op enig moment een sms-bericht gekregen met daarin de mededeling dat een overboeking niet kon worden uitgevoerd of dat als zij een overboeking niet herkenden, zij contact moesten opnemen met een meegestuurd telefoonnummer. Vervolgens kregen de slachtoffers een zogenaamde bankmedewerker aan de lijn en werd hen verteld dat zij vanwege de pogingen tot vreemde transacties pincodes en andere gegevens moesten doorgeven via de telefoon. Ook is aan hen verteld dat er een koerier zou langskomen, waarvan de naam aan de telefoon door de zogenaamde bankmedeweker werd verteld, zodat deze gecontroleerd kon worden aan de deur, om bankpassen, geld en sieraden op te halen. Voornoemde slachtoffers hebben deze gegevens doorgegeven en hebben bankpassen (en contant geld) meegegeven aan de koerier. In de tussentijd waren zij constant met de bankmedewerker aan de lijn en mochten de slachtoffers geen gebruik maken van het internet. Het vijfde slachtoffer, mevrouw [de aangever 3] , is gebeld door een zogenaamde bankmedewerker dat zij geskimd is en dat zij allerlei gegevens moest doorgeven, waaronder haar pincodes. Ook in dit geval zijn de bankpassen opgehaald door een koerier. Het slachtoffer is daarna nog meerdere malen gebeld door verschillende nummers en heeft opdrachten moeten uitvoeren. Uiteindelijk hebben alle slachtoffers argwaan gekregen en de bank of de politie gebeld. Er blijkt in alle gevallen geld van de rekeningen van de slachtoffers te zijn gehaald door cashopnames, pinbetalingen danwel overboekingen van de bankrekeningen.
Modus operandi
De rechtbank stelt op basis van de inhoud van de bewijsmiddelen vast dat in de vijf gevallen gesproken kan worden van een gelijksoortige modus operandi. Daarbij is steeds sprake van een combinatie van hetzelfde soort slachtoffer, namelijk personen van 70 jaar of ouder, die worden benaderd door zogenoemde bankmedewerkers over frauduleuze transacties waardoor er beveiligingsmaatregelen moesten worden getroffen en de slachtoffers pincodes en andere gegevens moeten doorgeven, het feit dat de slachtoffers urenlang met de zogenoemde bankmedewerker aan de lijn moeten blijven en het feit dat er een koerier langskomt die bankpassen en geld ophaalt waarbij snel daarna gepind wordt met de opgehaalde bankpassen danwel geld wordt overgemaakt van bankrekeningen. Daar komt bij dat de slachtoffers aangeven dat de zogenoemde bankmedewerker een erg beleefde vrouw is en ABN praat.
Aangetroffen telefoons
Bij de aanhouding van [de medeverdachte] op 3 oktober werden er in en rond zijn woning meerdere telefoons aangetroffen, waaronder de zwarte IPhone XS in het bed. Van deze telefoon zei de in de woning aanwezige vrouw – die zich [naam 1] noemde – dat deze van haar was. Daarnaast werd op het grasveld bij de woning van [de medeverdachte] een IPhone met IMEI-nummer [IMEI-nummer 3] aangetroffen. Ook werd er in het voertuig, waarvan de sleutel in de slaapkamer van [de medeverdachte] lag, een IPhone aangetroffen met IMEI-nummer [IMEI-nummer 4] .
Koppeling met zwarte IPhone XS
De rechtbank zal eerst de vraag moeten beantwoorden of de zwarte IPhone XS is gebruikt bij de bankhelpdeskfraude van vijf slachtoffers. De rechtbank overweegt op basis van de inhoud van de bewijsmiddelen als volgt.
Mevrouw [de aangever 1]
Uit het onderzoek aan de zwarte IPhone XS blijkt het volgende. Er zijn verschillende screenshots op genoemde telefoon aangetroffen, waaronder een screenshot van het adres van mevrouw [de aangever 1] en twee screenshots van Geldmaten, waarbij het adres van het slachtoffer in de zoekbalk staat. Alle screenshots zijn gemaakt op 2 oktober 2023 tussen 13:37 en 14:49 uur. Verder wordt er een Snapchatgesprek in de telefoon aangetroffen. Daaruit blijkt dat er om 15:37 uur een screenshot van het adres van het slachtoffer wordt verstuurd, om 16:49 uur wordt een screenshot gestuurd van de pinlocatie, om 16:55 uur wordt de pincode van de bankpas gestuurd en om 16:57 uur wordt er voor de eerste keer gepind op de pinlocatie die is doorgestuurd. Voornoemde dag en tijden komen overeen met hetgeen staat beschreven in de aangifte van mevrouw [de aangever 1] . Zo beschrijft mevrouw [de aangever 1] dat zij vanaf 13:30 uur wordt gebeld en dat er rond 16:30 uur wordt aangebeld door de koerier. Ook herkent zij in een later gesprek met de politie de pincode die via Snapchat is verstuurd als de pincode van haar bankpas.
De heer [de aangever 2]
In het onderzoek naar aanleiding van de aangifte van de heer [de aangever 2] wordt in de zwarte IPhone XS een screenshot aangetroffen van het adres van de heer [de aangever 2] , dat is gemaakt op 22 september 2023 om 13:09 uur. Dit komt overeen met de aangifte, waaruit blijkt dat de heer [de aangever 2] op 22 september 2023 om 14:26 uur een sms krijgt van de zogenaamde ABN AMRO. In een Snapchatbericht op de telefoon van 25 september 2023 – dus weliswaar van latere datum dan de diefstal - staat een script weergegeven, met daarin de naam [naam 2] , zijnde de naam van de persoon van ABN AMRO waarmee de heer [de aangever 2] zou hebben gesproken.
Mevrouw [de aangever 3]
Op de zwarte IPhone XS worden ook verschillende screenshots aangetroffen van de online bankierenpagina van een onbekend gebleven persoon, waarop overschrijvingen van 16 september 2023 van bankrekeningen van [de aangever 3] te zien zijn, groot € 1.000,-, € 1.500,-, € 4.000,-, € 5.000,- en € 9.000,-. Op die screenshots is eveneens te zien dat meerdere malen bij de Bijenkorf in Amsterdam goederen via pinbetalingen met bankpassen van [de aangever 3] worden afgerekend. Verder is op de screenshots te zien dat overboekingen naar [naam 3] zijn gedaan. Uit onderzoek blijkt dat deze persoon geen vaste woon- of verblijfplaats heeft. Het is de politie ambtshalve bekend dat dit soort personen vaak worden gebruikt als katvangers. Voornoemde bedragen, pintransacties bij de Bijenkorf in Amsterdam en overboekingen naar [naam 3] komen overeen met hetgeen is beschreven in de aangifte van mevrouw [de aangever 3] .
De heer [de aangever 4]
In het onderzoek naar de bankhelpdeskfraude van de heer van [de aangever 4] is op de zwarte IPhone XS een Snapchatgesprek aangetroffen, waarin twee codes staan genoemd en de naam van een koerier, zijnde [naam 4] . Dit gesprek vindt plaats op 27 september 2023 vanaf 11:06 uur. De op de telefoon aangetroffen ophaalcode en genoemde naam worden ook in de aangifte genoemd. Daarnaast blijkt uit de zoekgeschiedenis van de telefoon dat er op 27 september 2023 van 12:46 uur tot 14:14 uur meerdere malen is opgezocht wat het pinlimiet is bij Van Lanschot, de bank waar aangever bankiert. Tot slot is er diezelfde dag om 12:17 uur een screenshot gemaakt van een pinlocatie in Schoonhoven, de plaats waar het slachtoffer woont en waar later is gepind. Voornoemde dag, tijden en adres komen overeen met hetgeen is beschreven in de aangifte.
De heer [de aangever 5]
Op de zwarte IPhone XS wordt een screenshot van het adres van de heer [de aangever 5] aangetroffen, dat is gemaakt op 26 september 2023 om 14:19 uur, de dag van de bankhelpdeskfraude. Daarnaast worden een foto van verschillende bankpassen aangetroffen, waarop de naam ‘ [de aangever 5] ’ te zien is, welke ook is gemaakt op 26 september 2023 om 15:40 uur. Ook wordt een screenshot aangetroffen van een Geldmaat met in de zoekbalk het adres van de heer van [de aangever 5] , ook gemaakt op 26 september 2023 om 15:41 uur. Tevens wordt er een Snapchatgesprek aangetroffen, waarin een script wordt gestuurd met daarin de naam [naam 5] . Deze naam wordt door de heer [de aangever 5] in de aangifte genoemd als naam van de zogenoemde bankmedewerker. Tot slot wordt er op 26 september 2023 tussen 12:49 uur en 14:18 uur meermaals gezocht naar pinlimieten bij Van Lanschot en naar postcodeservices op het adres van de heer [de aangever 5] . Voornoemde dag en tijden komen overeen met hetgeen staat beschreven in de aangifte.
Tussenconclusie
Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit al deze omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, dat de zwarte IPhone XS is gebruikt bij de vijf bankhelpdeskfraudes.
Bovendien stelt de rechtbank op basis van de inhoud van de bewijsmiddelen vast, dat de drie telefoonnummers die gebruikt zijn ten tijde van de gepleegde oplichting bij mevrouw [de aangever 1] , geplaatst waren in de telefoontoestellen met IMEI-nummers [IMEI-nummer 4] en [IMEI-nummer 3] , die zijn aangetroffen bij de doorzoeking van de woning op 3 oktober 2023 in Leeuwarden. De telefoonnummers die gebruikt zijn ten tijde van de gepleegde oplichtingen bij de heer [de aangever 2] , de heer [de aangever 4] en de heer [de aangever 5] waren geplaatst in het telefoontoestel met IMEI-nummer [IMEI-nummer 4] . De zwarte iPhone XS straalde ten tijde van de oplichtingen op hetzelfde basisstation aan als deze telefoon(s). Uit het dossier blijkt dat in geval van de heer [de aangever 5] de zwarte IPhone XS en de telefoon met IMEI-nummer [IMEI-nummer 4] kort voor de start van de oplichting op hetzelfde basisstation hebben aangestraald en kort na de oplichting ook weer.
Tussenconclusie
De rechtbank leidt uit het voorgaande af dat de telefoons met IMEI-nummers [IMEI-nummer 4] en [IMEI-nummer 3] en de zwarte IPhone XS zijn gebruikt bij de oplichting om de slachtoffers telefonisch te benaderen en gegevens (adressen en pincodes) door te sturen naar de medeverdachten, waarbij de zwarte IPhone XS ten tijde van de oplichtingen steeds in de nabijheid is geweest van de telefoon(s) waarmee de genoemde slachtoffers telefonisch werden benaderd.
Betrokkenheid verdachte
Vervolgens zal de rechtbank moeten vaststellen dat voornoemde telefoon, zijnde de zwarte IPhone XS, die is gebruikt bij de bankhelpdeskfraude, van de verdachte is.
De rechtbank overweegt dat de zwarte IPhone XS is aangetroffen in het bed van [de medeverdachte] tijdens de doorzoeking van de woning op 3 oktober 2023 in Leeuwarden. Op dat moment was er ook een vrouw in de woning aanwezig. De vrouw heeft aldaar aangegeven dat de aangetroffen telefoon in bed, de zwarte IPhone XS dus, van haar was. Op basis van voornoemde bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat de zwarte IPhone XS van de vrouw is, die op 3 oktober 2023 in de woning van [de medeverdachte] in Leeuwarden aanwezig is.
De vrouw in de woning in Leeuwarden heeft zich niet kunnen legitimeren, maar heeft zich uitgegeven als zijnde [naam 1] . De rechtbank stelt op basis van de inhoud van de bewijsmiddelen vast dat deze vrouw niet voornoemde [naam 1] was en dus een valse identiteit heeft opgegeven. Zo wordt [naam 1] op 28 februari 2024 aangehouden en zij geeft aan nooit in Leeuwarden te zijn geweest. Daarnaast herkent de verbalisant, die ook bij de doorzoeking op 3 oktober 2023 is geweest, [naam 1] niet als de vrouw die in de woning was op 3 oktober 2023 en blijkt uit onderzoek aan de telefoon van [naam 1] dat zij niets te maken heeft met de bankhelpdeskfraude. Bovendien herkent ook een andere verbalisant, die bij de doorzoeking op 3 oktober 2023 aanwezig was, [naam 1] niet als de vrouw die in de woning in Leeuwarden was.
Uit het onderzoek aan de zwarte iPhone XS blijkt dat in verschillende berichten de naam ‘ [de verdachte] ’ wordt genoemd en er een Snapchataccount is met de naam ‘ [snapchataccount] ’. Ook zijn er verschillende selfies aangetroffen op de telefoon, waarop opvallende details te zien waren, zoals volle lippen, nepnagels en een tatoeage op de rechterhand. Uit de politiesystemen komt na vergelijking met de selfies op de telefoon de naam [de verdachte] naar voren en wordt besloten haar huisadres te bezoeken. Daar wordt opengedaan door iemand die zich legitimeert als [de verdachte] . Qua uiterlijke kenmerken komt zij overeen met de persoon op de selfies. Ook wordt een filmpje van het bezoek aan de woning getoond aan een verbalisant die aanwezig was bij de doorzoeking op 3 oktober 2023 in Leeuwarden en hij herkent de vrouw op het filmpje, die zich heeft geïdentificeerd als [de verdachte] , direct als de vrouw die in de woning in Leeuwarden was. Op basis van voornoemde bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat [de verdachte] de vrouw is geweest die op 3 oktober 2023 in de woning in Leeuwarden was.
Hiermee gaat de rechtbank dus voorbij aan het verweer van de verdachte dat de telefoon niet van haar is en dat zij veelvuldig foto’s van haarzelf online post en ook veelvuldig gebruik maakt van telefoons van derden, waardoor er mogelijk foto’s van haar op genoemde telefoon staan. De rechtbank overweegt daarbij evenzeer dat een aantal van de foto’s van de verdachte op genoemde telefoon van zeer persoonlijke aard zijn, gelet op de inhoud – de verdachte is te zien samen met [de medeverdachte] liggend in bed – en gelet op de emotionele reactie van de verdachte op de zitting bij het zien van de foto’s. De rechtbank acht het posten van dergelijke foto’s online danwel het nemen van dergelijke foto’s met een telefoon van een willekeurige derde onaannemelijk.
Tussenconclusie
Op grond van het voorgaande stelt de rechtbank vast dat de zwarte IPhone XS van [de verdachte] is, nu zij de vrouw is geweest die op 3 oktober 2023 in de woning in Leeuwarden aanwezig was.
Medeplegen
De laatste vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of de verdachte als medepleger betrokken was bij de bankhelpdeskfraudes. De rechtbank acht dit op grond van de bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen en overweegt daartoe als volgt.
In alle gevallen zijn bankpassen afhandig gemaakt waarmee telkens door onbekend gebleven personen kort daarna, op verschillende locaties is gepind. De rechtbank stelt vast dat in alle gevallen slachtofferinformatie in de telefoon van de verdachte is aangetroffen en ook dat adressen en locatiegegevens via de telefoon van de verdachte zijn verstrekt aan de personen die langs de woningen van de slachtoffers zijn gegaan en aan degenen die moesten pinnen. Er was sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de onbekend gebleven mededaders, gericht op gekwalificeerde diefstal zoals tenlastegelegd. Dergelijke oplichtingszaken kunnen immers alleen slagen als sprake is van een aanzienlijke mate van organisatie en planmatigheid. De verdachte heeft daarbij een cruciale, informatieverstrekkende en coördinerende rol vervuld. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat het uitblijven van een verklaring van de verdachte over haar rol en aandeel in dit geval bijdraagt tot positieve beantwoording van de gestelde medepleegvraag.De conclusie luidt dan ook dat de verdachte een wezenlijke bijdrage heeft geleverd in de bewezenverklaarde zaken, zodat zij als medepleger daarvan moet worden aangemerkt.
Conclusie
De rechtbank is met betrekking tot het ten laste gelegde feit van oordeel dat dit feit wettig en overtuigend is bewezen.