Eiser wilde een terrasoverkapping bouwen, maar het college legde een bouwstop op omdat volgens hen geen omgevingsvergunning was verleend. De toezichthouder constateerde een constructieve aanbouw zonder vergunning. Eiser voerde aan dat het bouwwerk vergunningvrij gebouwd kon worden op basis van een vergunningcheck.
De rechtbank oordeelde dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom het bouwwerk niet vergunningvrij was. Het college stelde terecht dat het bouwwerk deels verder dan 4 meter van de woning stond, maar had niet gemotiveerd waarom het bouwwerk niet onder de uitzondering van artikel 7, eerste lid, bijlage II Bor viel. Hierdoor was de bouwstop onterecht opgelegd.
Verder oordeelde de rechtbank dat de bezwaarprocedure correct was verlopen: de uitnodiging voor de hoorzitting was tijdig verzonden en het college had binnen de wettelijke termijn op bezwaar beslist. De rechtbank vernietigde het besluit en droeg het college op een nieuw besluit te nemen, met vergoeding van het griffierecht aan eiser.