Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 december 2025 in de zaak tussen
[betrokkene], betrokkene, uit [woonplaats] ,
Rechtbank Den Haag
In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag op 15 december 2025, met zaaknummer SGR 24/6991, is de aanvraag om bijzondere bijstand afgewezen. Eiseres, Fidinda CBM B.V., trad op als bewindvoerder voor betrokkene en verzocht om bijstand voor de kosten van bewindvoering en eenmalige bankkosten. De Intergemeentelijke Sociale Dienst Bollenstreek (ISD) had de aanvraag eerder afgewezen, omdat betrokkene voldoende draagkracht uit vermogen en inkomen zou hebben om de kosten zelf te dekken. Eiseres was het niet eens met deze afwijzing en voerde verschillende beroepsgronden aan. De rechtbank oordeelde dat de ISD terecht had vastgesteld dat betrokkene in staat was om de kosten zelf te betalen, en dat de afwijzing van de aanvraag dus terecht was. De rechtbank benadrukte dat de Participatiewet een vangnet is voor degenen die niet in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien, en dat de verantwoordelijkheid voor het voorzien in het bestaan primair bij de betrokkene ligt, ook al staat deze onder bewind. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, wat betekent dat eiseres geen gelijk kreeg en geen griffierecht of proceskostenvergoeding ontving.