ECLI:NL:RBDHA:2025:23475

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 december 2025
Publicatiedatum
10 december 2025
Zaaknummer
NL25.33469
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen vereenvoudigde afdoening beroep vreemdelingenrecht ongegrond verklaard

De rechtbank Den Haag heeft op 8 december 2025 uitspraak gedaan over het verzet van opposant tegen de uitspraak van 13 augustus 2025, waarin zijn beroep tegen de minister van Asiel en Migratie ongegrond werd verklaard zonder zitting (vereenvoudigde afdoening).

Opposant stelde dat hij niet was geïnformeerd over het achterwege laten van een zitting en dat nieuw AIDA-rapport over opvangproblematiek in Spanje niet adequaat was meegewogen. Tevens verwees hij naar een eerdere uitspraak waarin een andere motivering werd verlangd vanwege langdurige opvangproblematiek en een inbreukprocedure tegen Spanje.

De rechtbank oordeelde dat het niet informeren over het achterwege laten van een zitting in het kader van vereenvoudigde afdoening niet leidt tot gegrond verzet. Het AIDA-rapport en de verwijzing naar eerdere jurisprudentie rechtvaardigen geen twijfel aan het eerdere oordeel, mede omdat opposant geen concrete feiten stelde die een andere beoordeling vereisen.

Het verzet is daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van 13 augustus 2025 blijft in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.

Uitkomst: Het verzet van opposant is ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.33469 V

uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van

[opposant], opposant [1]
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: [gemachtigde]),
tegen de uitspraak van de rechtbank van 13 augustus 2025 in het geding tussen
opposant
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Inleiding

De rechtbank heeft in haar uitspraak van 13 augustus 2025 het beroep van opposant ongegrond verklaard. Daarbij heeft de rechtbank afgezien van het houden van een zitting. Dit wordt vereenvoudigde afdoening genoemd. [2]
Tegen deze uitspraak heeft opposant verzet gedaan.
Opposant heeft daarbij niet verzocht om op een zitting te worden gehoord. De rechtbank doet uitspraak op het verzet zonder een zitting te houden. [3]

Overwegingen

1. In verzet beoordeelt de rechtbank alleen of er redelijke twijfel mogelijk was over het kennelijke oordeel van de rechtbank in de aangevallen uitspraak. Aan de inhoud van de beroepsgronden komt de rechtbank pas toe als het verzet gegrond is.
2. Opposant voert aan dat de rechtbank partijen niet heeft geïnformeerd over het voornemen om zijn beroep zonder zitting af te doen. Hij is hierdoor niet in staat gesteld om duidelijk te maken waarom het beroep niet met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Awb af te doen. Verder wijst opposant erop dat hij een beroep heeft gedaan op het AIDA-rapport van april 2025, waaruit volgt dat sprake is van opvangproblematiek in Spanje. Dit rapport is recenter dan de rechterlijke uitspraken waarin in de aangevallen uitspraak naar wordt verwezen. De rechtbank heeft zich daarmee zonder zitting een oordeel gevormd over de aard en strekking van het AIDA-rapport. Een dergelijke beoordeling maakt dat geen sprake kan zijn van een kennelijk ongegrond beroep. Tot slot wijst opposant op een uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Roermond, van 18 juli 2025. [4] In die uitspraak heeft de rechtbank geoordeeld dat een andere motivering is vereist van verweerder, gelet op de jarenlange opvangproblematiek en het feit dat een inbreukprocedure tegen Spanje is gestart. Opposant meent dan ook dat zijn verzet gegrond is.
3. De aangevoerde omstandigheid dat eiser niet vooraf is geïnformeerd over het achterwege laten van een zitting leidt als zodanig niet tot een gegrond verzet. In het vereenvoudigd afdoen van een beroep ligt namelijk het oordeel besloten dat het voor de beslissing van de rechtbank niet nodig is om partijen nader in de gelegenheid te stellen tot het kenbaar maken van hun standpunt. Daarnaast kan evenmin worden gezegd dat een beroep op nieuwe landeninformatie als zodanig op voorhand in de weg staat aan een vereenvoudigde afdoening.
4. De rechtbank is in de aangevallen uitspraak ingegaan op de door opposant aangevoerde opvangproblemen in Spanje. Daarbij is er op gewezen dat tot op heden in het geval van Spanje geen aanleiding bestaat om niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uit te gaan en is overwogen dat het door opposant (in de zienswijze) genoemde AIDA Country Report Spain, Update on 2024 van april 2025 geen aanleiding geeft voor een ander oordeel.
5. De verwijzing naar de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Roermond, leidt niet tot een gegrond verzet, aangezien de verklaringen van opposant niet alsnog tot de conclusie leiden dat hij niet kan worden overgedragen. Ook in die zaak heeft de rechtbank namelijk geoordeeld dat verweerder in het geval van Spanje in beginsel mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De rechtbank was in die zaak echter van oordeel dat verweerder de verklaringen van de vreemdeling over zijn ervaringen in Spanje, na een eerdere overdracht aan dat land, bij zijn beoordeling had moeten betrekken. Opposant heeft verklaard dat hij eerder in Spanje opvang heeft gehad en hij heeft geen concrete feiten of omstandigheden gesteld op grond waarvan moet worden aangenomen dat dat na overdracht anders zou zijn.
6. Wat opposant heeft aangevoerd leidt dan ook niet tot redelijke twijfel aan het oordeel van de rechtbank in de aangevallen uitspraak. Het verzet is ongegrond. De uitspraak van 13 augustus 2025 blijft in stand.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 8 december 2025 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Met opposant wordt bedoeld de indiener van het verzetschrift.
2.Zie artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3.Zie artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
4.ECLINL:RBDHA:2025:13134.