Uitspraak
1.[partij B sub 1] ,
2.
[partij B sub 2],
1.De procedure
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
2.De feiten
Aan koper is bekend datin de onroerende zaak asbest is verwerkt.
3.Het geschil
4.De beoordeling
alles door ons neergelegd”. Op de tweede etage is het zeil wel verwijderd en vervangen door laminaat, maar daarbij is het laminaat over restanten van de asbesthoudende lijm gelegd. De stelling van [partij B] c.s. dat verondersteld mag worden dat het zeil is vervangen in de periode dat [partij A] nog in de woning woonde, betreft een aanname die niet is komen vast te staan en door [partij A] wordt betwist. Zelfs als het zo zou zijn dat [partij A] nog woonachtig was in de woning op het moment dat het laminaat werd gelegd, kan daaruit nog niet worden afgeleid dat [partij A] wist dat er nog een deel van de asbesthoudende lijm was achtergebleven. Dat zou anders zijn als [partij A] zelf de lijmresten had laten zitten. Dat blijkt echter nergens uit. Dat [partij A] bekend was met het feit dat de standleiding waaraan in 2019 werkzaamheden zijn verricht toen niet volledig is vervangen zoals zijn voormalige echtgenote had verklaard maar slechts gedeeltelijk, is evenmin gebleken. Voor zover de ex-echtgenote daarmee bekend was hetgeen overigens niet is komen vast te staan, kan deze kennis niet aan [partij A] worden toegerekend. Naar het oordeel van de kantonrechter is daarom niet komen vast te staan dat [partij A] willens en wetens onjuiste mededelingen heeft gedaan over de aanwezigheid van asbest in de woning.