Uitspraak
1.De procedure
- de dagvaarding met productie 1 t/m 4 van 4 maart 2025;
- de conclusie van antwoord van 4 juni 2025;
- de akte aanvullende producties van de zijde van [eisende partij] .
Rechtbank Den Haag
Tussen eisende partij en BTX bestond een mondelinge overeenkomst van aanneming van werk waarbij eisende partij werkzaamheden verrichtte voor BTX. Eisende partij vorderde betaling van openstaande facturen en incassokosten, omdat BTX deze niet had voldaan.
BTX voerde verweer met een beroep op verrekening. Zij stelde dat de huur van een woning en het gebruik van gereedschap door eisende partij verrekend waren met de bedragen die BTX aan eisende partij verschuldigd was voor de werkzaamheden. Tijdens de zitting is toegelicht dat eisende partij aanvankelijk de huur en gereedschapskosten van zijn facturen aftrok, maar later geen werkzaamheden meer verrichtte terwijl hij nog wel gebruik maakte van woning en gereedschap.
De rechtbank stelde vast dat op 6 februari 2025 een bedrag van € 1.272,00 door BTX aan eisende partij is betaald om het dossier te sluiten, waarmee verrekening en betaling hadden plaatsgevonden. Omdat deze verrekening vaststaat, is de vordering van eisende partij afgewezen. De proceskosten worden aan eisende partij opgelegd.
Uitkomst: De vordering tot betaling van facturen wordt afgewezen wegens vastgestelde verrekening.