ECLI:NL:RBDHA:2025:23519
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverantwoordelijkheid Duitsland
Eiser, met Pakistaanse nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit op de Dublinverordening, waarbij Duitsland verantwoordelijk wordt gehouden voor de behandeling van de aanvraag.
De rechtbank heeft het beroep inhoudelijk beoordeeld zonder zitting en oordeelt dat het beroep kennelijk ongegrond is. De rechtbank acht de inzet van een niet-beëdigde tolk tijdens het aanmeldgehoor gerechtvaardigd vanwege de spoedeisendheid van de Dublinprocedure en het ontbreken van een tijdige beschikbaarheid van een beëdigde tolk. Daarnaast is vastgesteld dat eiser voldoende gelegenheid heeft gehad om zijn bezwaren naar voren te brengen en dat hij de benodigde brochures heeft ontvangen.
Eiser voerde verder aan dat hij vreest voor indirect refoulement en dat hij zijn geloof in Nederland wil uitoefenen, maar de rechtbank oordeelt dat deze gronden onvoldoende onderbouwd zijn en dat verweerder terecht heeft gesteld dat ook Duitsland ruimte biedt voor de uitoefening van het geloof. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan connexiteit.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard.